Antwerpen

Markt
Het begint al zo’n beetje traditie te worden dat wij meisjes van het platteland, moeder en dochter, in de herfstvakantie wat cultuur opsnuiven. Vorig jaar was het Maastricht, dit keer reizen we naar Antwerpen. In de  stromende regen komen we in Antwerpen aan, waar we eerst ons hotel opzoeken. Hotel Postiljon is een aanrader. Het hotel ligt vlak naast de kathedraal. Je kunt deze als het ware vanuit je
raam aanraken en dat is goed voor het Antwerpengevoel. We besluiten eerst te lunchen bij het Elfde Gebod en dat is alweer een aanrader.
Appelmans2_2
Het Elfde Gebod is een eetcafé annex heiligenbeeldenmuseum. We eten een prima salade, vergezeld van frietjes en een goede Trappist. De heiligen kijken mee over onze schouder.
Het wordt tijd om de stad in te gaan. Nina begint ongeduldig te worden. Eerst gaan we op zoek naar de Kammenstraat. De straat voor alternatief Antwerpen. Het valt ons een beetje tegen, er zijn veel leukere winkelstraten in Antwerpen! Omdat het nog steeds regent bezoeken we de kathedraal. Een indrukwekkend interieur met schilderijen van Rubens o.a. ’s Avonds dineren we bij Appelmans; de hotspot van Antwerpen. Erg goed eten en een leuke locatie. En dan rollen we ons bed in, na eerst nog een blik te hebben geworpen op de feeëriek verlichte toren van de kathedraal.
De donderdag begint met een goed ontbijt in het hotel en …. met zon. We lopen een tweetal stadswandelingen. “Een stad leert men best te voet kennen. Pas dan kan men oog hebben voor het belangrijkste detail; pas dan voelt men de atmosfeer van een levende stad”, volgens onze wandelgids. Onze eerste wandeling voert in noordelijke richting, naar de kaaien, door leuke straten, over mooie oude pleinen en door de wijken waar de zeelui stappen gaan. De wandeling eindigt bij het Vleeshuis. Dit meesterwerk van laatgotische burgerlijke bouwkunst (1501 – 1504) werd voor het machtige vleeshouwersambacht opgericht door vader en zoon De Waghemakere. We lopen nog een deel van een tweede stadswandeling, die het zuidelijk deel van de stad beslaat. Tenslotte bezoeken we het Rubenshuis. Rubens was volgens mij niet alleen schilder, maar ook een prima zakenman. In tegenstelling tot, bijvoorbeeld Rembrandt, was hij een welvarend man. Hij schilderde wat de mensen wilde hebben. Liet het werk dan ook nog eens door leerling-schilders in zijn atelier uitvoeren en deed dan zelf de finishing touch. Wilde je een schilderij hebben dat alleen door Rubens was geschilderd, dan kostte je dat het achtvoudige. Slimme jongen, die Rubens. Dat zie je ook wel aan zijn “optrekje”.
Nog één must rest ons tijdens ons verblijf in België. En dat is …. het nuttigen van een puntzak friet, met mayonaise. De kunst is het om alle frieten in de mayo te dopen en de handen, maar vooral de mouwen, schoon te houden.
Nog een laatste bezoek aan het hotel om de bagage op te halen en dan lopen we via de Meir en de Keizerlei naar het station en nemen de trein terug naar het platteland in het hoge noorden van Nederland.
Dak

 

Advertenties