Wandeling door het Pauperparadijs

Bitter_en_zoet
Sinds Suzanna Jansen het Pauperparadijs schreef beleeft het gevangenisdorp Veenhuizen een ware revival. Toevallig werk ik er ook. Vandaag rijd ik zelfs op mijn vrije dag de route van huis naar het werk. Een gezellige groep wandelpoolers sluit zich bij mij aan.

Onze route cirkelt aan alle kanten rond het dorp, maar is nooit ver van de kern verwijderd. Zo komt het dat er steeds weer iets nieuws te zien valt. Veenhuizen telt meer dan 100 rijksmonumenten, waaronder de eerste electriciteitscentrale van Drenthe, het oude hospitaal met bijgebouwen, het Tweede Gesticht en personeelswoningen voor personeel van alle rangen en standen. Op de gevels prijken stichtelijke namen, als Werk en Bid, Toewijding en Hou en Trouw.

Namen
De begraafplaats mag je tijdens een bezoek niet overslaan. Deze ligt ver buiten het dorp en de gestichten. Het kerkhof is nagenoeg vierkant en is in vieren verdeeld. Een deel was bedoeld voor het dorp, een deel voor het personeel en een deel voor de gevangenen. De laatste groep werd tot 1875 anoniem begraven xe2x80″ de graven zijn nauwelijks als zodanig te herkennen. Tussen 1823 en 1875 zijn hier ruim 11.000 mensen begraven. Hervormden en katholieken  gescheiden van elkaar.

Begraafplaats

Veenhuizen dankt zijn bestaan aan de bouw van drie grote gestichten voor bedelaars, landlopers en wezen in het jaar 1823 door de Maatschappij van Weldadigheid. De Maatschappij werd gesticht door Johannes van den Bosch. Hij wilde de armen met arbeid heropvoeden. In 1859 nam de Rijksoverheid de gestichten over en maakte er rijkswerkinrichtingen. Ook nu nog zijn er drie gevangenissen in Veenhuizen.

Na de wandeling neem ik afscheid van de wandelaars. Zelf ga ik nog even naar de museumwinkel voor een boodschap. Daar tref ik ee groepje mensen dat een rondleiding krijgt door de Rode Pannen. Er is nog plek en ik sluit mij aan.
De gevangenis de Rode Pannen is tijdelijk beschikbaar gesteld aan het Gevangenismuseum. Wegens overcapaciteit is het complex gesloten en beschikbaar als reservegevangenis. Zolang justitie het niet nodig heeft, mogen bezoekers van het Gevangenismuseum de bajes van binnen bekijken.

Rodepannen
De Rode Pannen telt 42 cellen. Gedetineerden kwamen drie tot vier weken als extra straf naar dit complex met een strak en sober regime. Dat gebeurde bijvoorbeeld wanneer ze elders betrokken waren geweest bij vechtpartijen. De gevangenen verbleven veelal achter hun celdeur; er waren weinig gemeenschappelijke activiteiten. Ik zie dat het behoorlijk indruk maakt op de groep mensen. Het went als je werkt in zo’n omgeving, maar het is goed te beseffen dat het allemaal zo "gewoon" niet is.
 

Advertenties