Beter geen woord, dan een woord

Het gaat mis bij Parijs. Drie uur file. Ongelukken en vrijdag; slechte combinatie. Ik moet de gastvrouw zien te bereiken van de Chambre en Table d’hôte (slapen en eten bij wildvreemden.) Eerst maar proberen met een sms’je in het Engels. Er komt geen reactie.

Ik ga bellen. De man naast mij verkneukelt zich. Ik werk hem de auto uit. Gesprekken met Fransen voer ik het liefst alleen.
Ik begin in het Engels. Madame snapt niks van wat ik zeg. Ik krijg monsieur, maar die snapt me ook niet. Ik ga over in een soort mengvorm van Frans, Engels en gebarentaal en uiteindelijk geloof ik dat het een beetje begint door te dringen, waarvoor ik bel.

Veel later komen we aan bij ons onderkomen voor een nacht en kunnen we direct aanschuiven bij de familie en een Frans echtpaar. Het eten is prima. Veel uit eigen moestuin. En fantastische schimmels op hemelse kaasjes; zonde om op te eten. We kijken de kunst van de Franse tafelmanieren af en vegen na iedere gang ons bord af met een stukje stokbrood.

Tussen de gangen door probeer ik deel te nemen aan de conversatie. Ik snap vaak wel waar ze het over hebben, maar als ik mij erin meng en één woord in het Frans zeg, begint men direct te ratelen. En dan volg ik het niet meer. En zo zitten we er een beetje verloren bij. Ik zeg af en toe iets in het Nederlands tegen de man naast mij. Waarop alle blikken naar ons gaan.

Ik probeer het nog maar eens. Een woord Frans en hup daar gaan ze weer. Ook ’s morgens hetzelfde liedje. Het wordt tijd dat we gaan.

Ik spreek voorlopig geen Frans meer. Voila, c’est ca. Eigen schuld, dikke bult.

Advertenties