In het midden van nergens

???????????????????????????????Het mooie van het openbaar in de provincie Groningen zijn die handige Arrivatreintjes. Zo’n treintje heeft me zojuist in het midden van nergens gebracht. Ik sta in de stromende regen op het station van Loppersum. Zes wandelaars worden verwacht. Twee komen opdagen, waaronder ikzelf. “Weer of geen weer, bewegen is goed voor een mens en een beetje frisse lucht kan ook geen kwaad”, spreek ik mijzelf moed in.

De organisator van de wandeling  woont in Loppersum en stelt voor eerst koffie bij hem thuis te drinken.  En daar zit ik dan aan de keukentafel van een gewezen boer uit Twente, die sinds een jaar of elf in Loppersum huist. Het boerenbedrijf in Twente moest het veld ruimen voor een of ander milieuproject. Het gezin verhuisde naar Loppersum, waar de zoon het boerenbedrijf voortzette en vader en moeder hun intrek namen in de voormalige notariswoning. Het zat de man niet mee. Zijn vrouw overleed. Nu zit hij in dat grote huis in Groningen en zijn hart is achtergebleven in Twente. “De mentaliteit van het zand is anders dan de mentaliteit van de klei”, aldus de man. “Wij zijn altijd arme sloebers gebleven, hier had men altijd al een hoge dunk van zichzelf.”???????????????????????????????

Het lijkt iets op te klaren en we gaan op pad. Eerst lopen we van Loppersum naar Eenum, met dat mooi kerkje op de wierde. De man weet veel van de kerken in zijn omgeving. Hij heeft jarenlang deel uitgemaakt van het kerkbestuur. We vervolgen onze weg naar de, eveneens middeleeuwse, kerk van Leermens. Onze medewandelaar is lyrisch over een stel koeien dat komt aanrennen. Met een hoog stemmetje roept ze: “koetjes, koetjes, kom eens even hier kijken”. De man bromt: “als die verdomde beesten maar niet door het draad lopen, ze denken dat ze een stuk nieuw gras krijgen, daarom lopen ze zo hard”. Even verderop wordt een fonkelnieuwe brugleuning gemonteerd. De monteurs zelf hebben er geen goed woord voor over. In plat Gronings mopperen ze:  “Het slaot nargens op, mouten we van die neie leunings op versleten beton vastzetten, het geld is op. Maor as d’r een auto tegenaon riedt, dondert de hele boel het Maar in, daor is ja niks voor neudig.”

Het begint te regenen en het houdt ook niet meer op. We gaan verder naar ’t Zandt. Het is erg jammer dat het weer tegenwerkt, want onze wandelgids kent de mooiste paden. Onze medewandelaar vraagt of er misschien ergens een bushalte is, ze heeft het koud en zegt dat haar lijf hier absoluut niet tegen kan. Als ze het van tevoren had geweten ……… De man zegt niet veel. En dan is daar ineens, in het midden van een andere nergens, een auto die stopt. De man heeft zijn schoondochter gebeld en haar gevraagd ons op te halen. De laatste vijf kilometer leggen we af per auto.

Als we op het station aankomen is de trein net weg. Ik kan meerijden naar Groningen met de medewandelaar en dat doe ik.
En voor ik het weet zit ik bij haar aan tafel soep te eten en hoor ik voor de tweede keer vandaag een levensverhaal. Dit keer van iemand uit Zeeland die haar hart naar Groningen heeft verhuisd.
We sjouwen wat af met onze harten.???????????????????????????????

Advertenties