Cornwall in de herfst

We hebben besloten om onze jaarlijkse vakantie in het naseizoen te plannen. Na augustus heb ik me al een aantal keer afgevraagd of dat niet een heel dom idee is. Het is al dagen donker, grijs, grauw en ongezellig. Kaal ook;  de natuur op zijn retour afstevenend op een lange winterslaap. Zelf ben ik er ook wel aan toe mij terug te trekken in mijn warme huis. Maar de vakantie is geboekt en dus vertrekken we op  vrijdag voor de herfstvakantie richting Calais. We rijden de auto op de trein en gaan door de Eurotunnel om in iets meer dan een half uur de overzijde van Het Kanaal te bereiken.  Ideaal.

Aan de overkant zetten  we onze horloges een uur terug en zo kan het verkeren dat je ineens een uur extra hebt.  Ons doel voor vandaag is Nether Wallop, waar we te gast zijn in een B&B. Engelse gastvrijheid, het is weer in groten getale aanwezig. We eten in de pub, een paar dorpen verderop; the Tally Ho Inn in Broughton. Het is er een gezellige drukte en we hebben snel aanspraak, niet in de laatste plaats omdat iedereen wil weten wat voor “breed” hond we bij ons hebben. Het bier smaakt goed, bij de hete curry. Laurens heeft de pittige variant,  de zweetdruppels staan op zijn voorhoofd.
De volgende dag rijden we naar onze bestemming in Cornwall.  We kiezen de route over Dartmoor. Het is een prachtige route, maar het stormt en het is een hele opgave om de autodeur open te krijgen en als je dat voor elkaar hebt gekregen is het ijzig koud op de desolate vlakte. Engelsen laten zich echter niet weerhouden om mee te doen aan een wedstrijdje hardlopen of per paard Dartmoor te betreden. Zelfs op deze onstuimige en natte zaterdag.
Als we onze cottage in Cornwall bereiken schemert het. De eigenares begon zich al zorgen te maken.  Er staan huisgebakken versnaperingen voor ons klaar. Het is een fijn compact huisje en het ontbreekt ons aan niets. Buiten stormt en regent het, wij zitten bij het houtkacheltje. Tja, op vakantie gaan in de herfst. We moeten er maar het beste van maken.

Op zondag maken we een wandeling in de omgeving. Het weer is aardig opgeknapt. In de pub bespreken we een tafel voor de “carvery” die avond. Dat is een belevenis op zich. Je kunt kiezen uit een aantal vleessoorten die dan van een groter stuk worden afgesneden en verder kun je je bord vol laden met allerhande “zondags” eten; de bekende gifgroene Engelse doperwten, vette jus,  aardappelpuree, appelmoes enzovoort. Het eetfestijn is razend populair bij de Britten; de pub is afgeladen vol. En dat dus drie keer op de zondag! We laten het ons smaken met een lokaal biertje erbij.
De maandag verloopt grijs en mistig, maar we maken een prachtige kliffenwandeling van de Bedruthan Steps naar Porthcurno. Ook op woensdag, donderdag en vrijdag lopen we delen van het South-West Coastpath. Een etappe van Trebarwith Strand naar Tintagel. In Tintagel Castle, waarvan nu alleen nog de restanten over zijn, zou King Arthur verwekt zijn en dus is het King Arthur dat de klok slaat in Tintagel. Het is er trouwens flink druk, ook de Engelsen hebben herfstvakantie.
Eveneens een prachtige wandeling is de klifwandeling die we maken bij Morwenstow in het uiterste noorden van Cornwall op de grens van Devon. We bezoeken de hut die dominee Hawker bouwde op het klif om daar zo stoned als een garnaal van het uitzicht te genieten en natuurlijk lopen we de sfeervolle tearoom niet voorbij. Op het terras strijken we neer voor een creamtea. Naarmate de week vordert wordt het weer steeds beter en op de laatste vrijdag genieten we van zomerse temperaturen. De zee en de lucht zijn blauw. We wandelen van Port Quinn naar Port Isaac, met een geweldig uitzicht op Port Isaac aan de baai. Een beeldschone wandeling. Tussendoor wandelen we dan ook nog op Bodmin Moor, vanaf onze cottage en maken we een mooie wandeling bij Lanhydrock, het victoriaanse landhuis, dat we eigenlijk hadden willen bezoeken, maar waar het ons op dat moment te druk is.

We toeren door “the remote landscape”, door slapende dorpen met prachtige kerken. We keren terug naar ons gezellige huisje, bezoeken de pub, eten fish & chips; kortom we hebben het heerlijk. Misschien gaan we volgend jaar wel weer in de herfst op vakantie.

Advertenties

Renkum; een B&B en een Trage Tocht

Na onze wandeling in Oosterbeek, overnachten we in Renkum in B& B “Onder de Bomen”, gelegen aan de rand van het Renkums Beekdal. Een mooie blokhut achterin de tuin van de gastheer, omgeven door hoge bomen, is even ons onderkomen. De blokhut is gezellig en creatief ingericht en heeft een fijne veranda. En die laatste komt erg goed van pas, want ’s avonds hoost het, maar zitten wij buiten en toch lekker droog. De B&B heeft als voordeel dat je er zelf ook een maaltijd kunt bereiden, er is een klein kooktoestel en een magnetron. Het ontbreekt je daar echt aan niets en ook op het ontbijt valt niks aan te merken. Onthouden, die B&B! Je kunt “Onder de Bomen” vinden op http://www.bedandbreakfast.nl

De Trage Tocht Renkum loopt langs de B&B, dus wij laten de auto staan en vertrekken richting Oranje Nassau’s Oord, ooit de residentie van Koningin Emma, momenteel in gebruik als verpleeghuis. We stappen door naar Nol in ’t Bosch, waar we een kop koffie drinken. We bezoeken het arboretum Oostereng en verbazen ons over de majestueuze beuk; maar liefst zeven beuken zijn hier met elkaar vergroeid.  Over glooiende bospaden en door oude bossen bereiken we het Renkums beekdal. Sappige weiden met paarden en koeien, een kabbelende beek,  hier en daar een boerderij; beeldschoon, verstild  landschap. Uitgerekend deze zomer, waarin aangekondigd werd dat bramen plukken strafbaar is, zijn de bramen malser en sappiger dan ooit.  U snapt, burgerlijke ongehoorzaamheid is ook ons niet vreemd.
Via de Renkumse heide, alwaar geen heide te vinden is, bereiken we een asfaltweg die we oversteken om vervolgens op een klompenpad onze wandeling te vervolgen. Daar praat een man op een scooter ons bij. Hij komt hier regelmatig om een vos te spotten en te fotograferen en er lopen ook reeën.  Wij  zien ze niet.
We lopen naar Heelsum en passeren een uitnodigend volkstuincomplex. Het staat er vol met bloemen, dahlia’s, afrikaantjes en er groeien mega-pompoenen. Het is een oase van groen en kleur. Ook de kerk op de heuvel is een prachtige plek. Na zoveel moois zou je denken dat nu het eind van de wandeling wel in zicht komt. Niets is minder waar. Er volgt een stuk met uitzicht op de Rijn en vlak voor Renkum doorkruisen we de uiterwaarden. Wat een prachtige wandeling!

Boschveld en Mariëndaal, puzzelen maar

We zijn twee dagen op pad rond de Veluwezoom. Wandelschoenen, hond en wandelroutes mee. Het weer is wat wisselvallig. We rijden naar het beginpunt van de wandeling, de Airborne begraafplaats in Oosterbeek en kunnen daar kiezen uit een lange en een korte variant. We nemen de korte van 7,1 kilometer. Of dat zo’n goed idee was? Het was in ieder geval niet nodig geweest, want het bleef prima wandelweer.

De wandeling had ik van internet geplukt en nadat ik hem had uitgeprint had ik eigenlijk al argwaan moeten hebben. Voor deze korte wandeling rolden nota bene 9 A4’tjes met beschrijving uit de printer. Maar goed, eens gekozen blijft gekozen en we gaan hoopvol op stap.

Vanaf de Airborne begraafplaats in Oosterbeek moeten we richting het spoor (dat we niet zien liggen). Er volgt een stroom van ingewikkelde aanwijzingen: neem het pad in oostelijke richting (iemand een kompas?), kies het pad dat evenwijdig aan de hoogtelijnen in oostelijke richting het bos ingaat (heeft iemand een stafkaart?), loop door tot je aan beide kanten naar beneden kunt kijken (huh), loop naar de sprengkop van de beek (hoe ziet dat eruit dan?), loop een stukje verder en kijk achterom (oké), neem het pad in westelijke richting, met de boerderij in de rug. (dat is dus gewoon de weg volgen, waar we al op staan). Zo gaat het maar door. Het is een puzzeltocht van jewelste en we zijn steeds veel tijd kwijt met het vinden van het juiste pad.
Al met al is het een hele mooie wandeling. We doorkruisen landgoed Boschveld en maken een ronde over het glooiende landgoed Mariëndaal, met zijn Groene Bedstee (een sprookjesachtige berceau van 400 meter lang) en landhuis Mariëndaal. We eten onze boterhammen bij een van de vele picknickbanken en zijn er getuige van dat een hond (nee, niet die van ons) er met een van onze boterhammen vandoor gaat. We lopen langs akkers en door houtwallen en passeren eeuwenoude bomen om te te eindigen waar we begonnen, de indrukwekkende Airborne begraafplaats.

Zee, zon, zomer, ZALIG! Schiermonnikoog

Een goed begin is het halve werk, maar als je om 4.30 uur uit de veren moet, dan staat je lichaam nog in nachtstand en dan vergeet je dus je fotocamera en je thermosflesje koffie. Trouwens, het regent ook nog eens pijpenstelen op dit vermaledijde uur.
Een wadlooptocht naar Schiermonnikoog staat op het programma. Vertrektijd vanaf Lauwersoog is 6.30 uur. Om 5.00 uur rijd ik door het donker over verlaten wegen. Heerlijk zo in de vroegte onderweg zijn. De regen maakt plaats voor een verbluffende zonsopkomst. Tegen de tijd dat ik op P4 mijn auto parkeer, is het licht en regent het niet meer

Er staan al wat mensen te wachten. Men maakt zich vooral druk over het ontbreken van de gids. “Hier word ik toch zo chagrijnig van, word je aan alle kanten gesommeerd om op tijd te zijn en dan is er geen gids”, moppert een dame.  Ik ken wadgidsen langer dan vandaag en die komen echt wel.

 

Wadgids Adriana staat bij Schierzicht en wij staan op de parkeerplaats. We voegen ons bij haar en gaan dan op een snelle boot richting zandbank Brakzand, waar we in het water plonzen en aan de tocht beginnen. Het is zoals altijd geweldig op het wad. Het vroege ochtendlicht, de zon die door de wolken prikt. Een beetje slik, maar zeker niet vermoeiend en een enkele geul, die we door moeten. Genieten is het. Ik ben dol op het wad.

Rond 11.00 uur zijn we op Schier. Ik huur een fiets, poets mezelf schoon bij de wasplaats, neem afscheid van de gezellige groep wadlopers en vertrek met mijn fietsje, met vrijwel lege achterband, naar de Marlijn. Ik heb mijzelf een kop koffie en een bord vissoep beloofd. Het is druk en lawaaierig bij de populaire strandtent. De koffie smaakt goed en de soep is goddelijk. Ik kan er voorlopig weer tegen. Op het strand loop ik een heel stuk door het water, heerlijk is het. Ik fiets naar de Kobbeduinen en maak een wandelingetje door de kwelder. Ik vraag iemand of ik zijn fietspomp mag lenen en mijn band wordt vervolgens door de meneer voor me opgepompt. Mij hoor je niet klagen. Ik stap weer op. Schier in de zomer, met zeealsem en duindoorn. Zo mooi.
Ik fiets terug richting de boot en ga nog even op een bankje zitten om te staren over het water. Tenminste, dat is het plan. Bij mij voegen zich twee dames en een heer op leeftijd. Ik raak aan de praat met een van de dames. Het zijn eilanders. Ze is nog altijd blij en gelukkig op Schier. Het eiland is voor haar niet te klein en het verveelt nooit; zelfs niet na 50 jaar. Haar kinderen wonen allemaal aan de wal. Haar man rijdt alleen nog auto op het eiland. Aan de wal is het te druk. Toeristen zijn om naar te kijken en je over te verbazen. Ik krijg een mooi inkijkje in het leven van eilanders.  “Wat aan de wal is, blijft aan de wal”, zegt de vrouw. “Mensen laten hun beslommeringen achter wanneer ze op de boot naar Schier stappen, die gaan niet mee op de boot. Hier is de wereld anders”. En ik kan haar niet anders dan gelijk geven.

Open Stal 2017

Van 29 juli tot en met 27 augustus 2017 is er weer Open Stal kunstroute in Oldeberkoop. Het is de 46e editie Voor wie er nog niet eerder was, ga er eens kijken. Het is altijd een verrassing; de kunstwerken, maar ook de plekken waar ze tentoongesteld worden. Het thema dit jaar is : Van Nature.

Het idee voor de kunstroute is in 1971 is ontstaan aan de stamtafel van Appie Tjalma, de markante uitbater van de dorpsherberg. Er is veel veranderd in de loop der jaren. Lag in het begin de nadruk op hobbywerk en verzamelingen, tegenwoordig is Open Stal een kunstmanifestatie van allure. Niet voor niets mag het dorp ieder jaar 10.000 bezoekers verwelkomen tijdens de Open Stal-periode. Je kunt de route fietsen, maar qua afstand is wandelen ook een prima idee. Er is voldoende horeca op de route.
Hieronder een impressie:

IJsselvallei

Deventer – Olst, een stukje Hanzestedenpad

Ik moet een boodschap doen in Deventer en als je er dan toch bent, waarom dan niet wat landschappelijk schoon meepikken? De weergoden zijn mij goed gezind, het is heerlijk wandelweer. Niet te warm, niet te koud en aan de hemel die typisch Hollandse stapelwolken.
Van Deventer zelf krijg ik nooit genoeg. Wat is dat toch een prachtige stad! Ik sjouw eerst een stuk langs de IJssel, over de kade en even verderop ga ik de uiterwaarden in. Hoe verder ik van Deventer af raak, hoe stiller het wordt. Uiteindelijk loop ik nog in mijn eentje door het hoge gras aan de boorden van de IJssel. Ik verlaat het water en ga landinwaarts richting hotel Gaia, gevestigd in havezate Nieuw-Rande. Ik help en passant nog een dame uit Hilversum uit de brand. De snelbinder van haar OV-fiets is tussen het wiel gekomen, of ik een schaar bij me heb. Mijn Zwitserse multitool, bevat een schaartje van niks, maar ook een vlijmscherp mesje. In no-time snijdt de mevrouw de snelbinder doormidden en is het probleem opgelost. Wie wat bewaart heeft wat.

Ik loop over een laan met aan weerszijden jonge beuken, die het zonlicht filteren.
Bij het Rustpunt aan het Randerpad, neem ik een koel drankje uit de koelkast. Uit een van de scheefgezakte deuren verschijnt een kromgegroeide man op leeftijd, in blauwe katoenen broek en  werkjas met eromheen een leren riem. We praten wat over het weer en waar mijn reis naartoe gaat. Hij wenst mij een goede wandeling en gaat de honden uitlaten. Een hond komt snel teruglopen als hij een autoportier hoort dichtklappen. Als ik weer op pad ga, tref de man op een bankje, de hond zit op de leuning. Hij eet een appeltje in een tempo en met zoveel aandacht, dat je er rustig van wordt. Het leven is simpel, als je het niet te ingewikkeld maakt. Een geluksgevoel overvalt me.

Mijn tocht gaat verder door stukjes bos, langs weilanden en langs Havezate de Haere, een deftig landhuis uit de 14e eeuw. Ik doorkruis de parkachtige tuin en bekijk de ruïne folly uit 1870.  Mijn tocht voert langs bunkers van de IJssellinie, die werd ontwikkeld om in het kader van de koude Oorlog het gevaar uit het Rode Oosten te kunnen keren. Nooit gebruikt overigens, die IJssellinie.
Landgoed Hoenlo is het laatste dat ik aandoe. Het prachtige landhuis is niet toegankelijk voor publiek. Het is nu nog een klein stukje naar het station in Olst, waar ik uiterst tevreden de trein richting Zwolle neem.
Naar mijn mening blijft het Salland een van de mooiste streken van Nederland om te bewandelen.

Trage Tocht Vechten

Amelisweerd, Rhijnauwen en Kromme Rijn

Wij hebben een zoon die in Utrecht woont en zo klein behuisd is, dat het beter is om met elkaar af te spreken in de buitenruimte. Bunnik, daar treffen we elkaar bij de parkeerplaats aan het begin van de oprijlaan van Oud Amelisweerd. Het terras lonkt, maar we gaan eerst aan de wandel.  Het jaagpad langs de Kromme Rijn bewandelde ik eerder als onderdeel van het Utrechtpad. Ook nu ben ik blij verrast door zoveel groen in een stedelijke omgeving. We lopen nog een stuk aan de andere kant van de Kromme Rijn en begeven ons dan in een 100% Hollands landschap van knotwilgen,  weilanden, wilgenroosjes en koeien, met de hoogbouw van De Uithof op de achtergrond.
Verderop voert een wandelpad langs de wallen van Fort Rhijnauwen. Dit fort is het grootste vestingwerk van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het totale gebied is circa 31 hectare groot. Samen met Fort bij Vechten, waar we later vandaag langskomen,  moest het één van de zwakste punten in de linie verdedigen, een brede strook grond aan weerszijden van de Kromme Rijn die niet onder water kon worden gezet. Daarnaast kon vanaf dit punt de strategische spoorlijn Utrecht-Arnhem onder vuur worden genomen. Het fort  is gebouwd tussen 1868 en 1875 en bestaat uit bomvrije kazernes, kruithuizen, manschappenverblijven, kazematten, flankbatterijen, groepsschuilkelders en een groot terreplein (oefen- en paradeplaats). Een unieke plek, die sporadisch opengesteld is voor bezoek.

De Stayokay Rhijnauwen heeft heerlijke horeca en is een prima plek voor een korte stop. Daarna gaat de wandeling verder over het Bunkerpad, door een weiland met, hoe kan het ook anders, een aantal bunkers. We gaan onder de A27 door.  Eind jaren ’70 vonden protesten plaats tegen de aanleg van de A27. In 1982 moest er een beslissing worden genomen door de Tweede Kamer voor de aanleg van de snelweg, die met een krappe meerderheid werd goedgekeurd. Fort Vechten ligt niet ver van de snelweg. Dit fort is wel toegankelijk en herbergt het waterliniemuseum. Wij lopen over de wallen en even later weer onder de A27 door en staan dan zo bij de parkeerplaats waar we de wandeling begonnen.
We eten bij de Veldkeuken, het restaurant dat gevestigd is in het koetshuis van Oud-Amelisweerd. Op de menukaart staat puur en lekker eten; 100 % biologisch en boordevol ingrediënten van de historische moestuinen op het landgoed.  Dat laatste spreekt mij als fervent moestuinder natuurlijk enorm aan.

Het goede der aarde in Wezuperbrug

Wandelen in je zomervakantie is heerlijk. Zeker met het weer van vandaag. Niet te koud, niet te warm. De ontvangst bij Inge, een van de wandelaars, en Cosmas is allerhartelijkst. Zij zijn tevens de eigenaren van de naast hun huis gelegen pluktuin. We beginnen met koffie en thee en huisgemaakte appeltaart in de tuin. Wat een fijn plekje!

Loes is de organisator van de wandeling door de bossen rond Wezuperbrug. Veel bos, heel veel bos, ligt daar. We verlaten het om een heen en weertje naar Wezup te maken, voor een stop op een terras in de zon; Hotel Hegen. In 2011 werd het hotel volledig door brand verwoest. Gelukkig is er op dezelfde plek weer een hotel verrezen.
We keren terug naar het bos, passeren een mooi heideveld en na 19 kilometer zijn we weerom. Cosmas heeft tijdens onze afwezigheid pruimen en walnoten op de tafel gezet, uit eigen tuin natuurlijk en er is cake, zelfgebakken cake.

We doen een rondje door de pluktuin, kijken naar de bijen en de braamstruiken. Juist vanmorgen stond een bericht in de krant dat het plukken van bramen verboden is en dat je er een flinke bekeuring voor kunt krijgen. Hier heeft men eigen braamstruiken. Niet dat we ons veel aantrekken dat plukverbod hoor.
Met een zak vol walnoten en een pot honing keer ik huiswaarts. Verguld met zoveel gastvrijheid!

Twee Trage tochten in de Achterhoek

Trage tochten; ik liep er onlangs een bij Beetsterzwaag en die beviel me goed.  In het kader van een weekendje Twente zoek ik er twee uit. Inmiddels heb ik ook een abonnement genomen op de Wandelzoekpagina en nu kan ik dus ook de routekaartjes uitprinten. Je weet immers nooit hoe het loopt onderweg. Voor wie er belang bij heeft, er is ook een app.

Met man en hond vertrek ik naar de Gelderse Achterhoek, die je mooie streken levert, als ik de radiocommercial mag geloven. De temperatuur laat vandaag niks te wensen over, maar het ziet er nogal triest uit, met al die wolken.
We lopen Trage Tocht Ruurlo. Een wandeling van 14 kilometer, die start bij het station. De route is grotendeels onverhard en zeer gevarieerd. Het begint met een kasteel en  dat is altijd goed. Kastelen spreken tot de verbeelding. Verder lopen we door het voorname bijbehorende kasteelbos om op een rustig asfaltweggetje te komen met prachtige Saksische boerderijen. We lopen langs weilanden, door boomsingels over grotendeels onverharde paden en wegen in een prachtig groen coulisselandschap. Er is altijd wel een pittoreske boerderij die in het oog springt.
Halverwege de tocht houden we halt bij pannenkoekboerderij De Heikamp, waar we mooi droog zitten tijdens het buitje dat nu toch valt. In een klap eten we alle calorieën die we er net afgelopen hebben er weer aan; onweerstaanbaar gebak hebben ze daar.
Al met al een prachtige wandeling in een heerlijk rustige omgeving. De routebeschrijving is ook nu prima in orde, alhoewel van de in de tekst genoemde houten slagbomen de meesten gesneuveld zijn. Een beetje geoefende routelezer heeft dat echter wel in de gaten.

Voor de gelegenheid hebben we een trekkershut in Silvolde gehuurd voor een nacht. Camping ’t Meyboske heeft een prachtige trekkershut, met toilet en een volledig ingerichte keuken. ’s Avonds eten we op het terras van restaurant Van der Eem in het vlakbij gelegen Terborg. Prima eten, goede bediening. Hoewel er wel een klein ongelukje is; in een klap liggen alle garnituren op de grond. Dat kan gebeuren. Ik weet niet hoe vaak men zich daarna nog verontschuldigd heeft.

Onze tweede wandeling, is de Trage Tocht Aaltense Goor van 15 kilometer lang, die begint bij de TOP achter restaurant De Radstake in Heelweg. Daar is overigens al vroeg een bak koffie te verkrijgen.
Het Aaltense Goor bestaat uit kleine percelen hooiland, omgeven door elzensingels en slootjes. Dit soort landschap zie je niet veel meer in Nederland sinds er verkaveld werd. We volgen de lange rechte paden tussen de weilanden door. Mensen komen we er vrijwel niet tegen, een enkele fietser, iemand met een hond.
Het overige deel van de route bestaat uit het volgen van de rechtgetrokken Boven Slinge en rustige asfaltweggetjes, terug naar De Radstake. Een mooie wandeling, maar net iets minder afwisselend dan de wandeling die wij de dag ervoor liepen.
Onze eindconclusie; de Achterhoek levert je inderdaad hele mooie streken!

Loop Langs de Hunebedden (17)

Een beetje smokkelen en dan naar huis
Van Wijster naar AnsenBij mij thuis waren we begonnen en dus is het logisch dat de laatste etappe van de rondwandeling daar ook eindigt. Het is een zomerse dag, heerlijk weer om te wandelen. We constateren dat we vrijwel geen regen hebben gehad tijdens de meer dan 300 kilometerlange tocht door Drenthe.

Het is een forse etappe die ons nog rest vandaag en gezien de warmte van de laatste dagen besluiten we een paar kilometer te smokkelen. Een stukje platteland richting Wijster slaan we gemakshalve over. We gaan het bos in tussen Spier en Wijster en passeren de grafheuvel bij het Taaiveen. Bij Spier steken we de A28 over en verheugen ons op een kop koffie bij de Boslounge. Dat loopt uit op een fiasco. Er wordt druk patat gebakken en nadat de patat gebakken en afgeleverd is, staan we nog een tijdlang te wachten zonder dat er enig teken van leven is. Ik krijg dan altijd de neiging om het zelf effe te doen. Onverrichter zake gaan we verder, het is immers prima weer om te pauzeren in de vrije natuur.

Over bekend terrein, ruim gezien door mijn achtertuin, gaan we langs de Holtveenslenk, over de Kraloërheide. We gaan over eindeloos witte zandpaden met ruim zicht op een aards oerlandschap en bereiken  Bezoekerscentrum Dwingelderveld van Natuurmonumenten. Een heerlijke plek voor een pauze,  waar het onthaasten en  het oefenen van geduld (een vrijwilliger moet drie cadeautjes inpakken in te kleine papiertjes) nog een behoorlijke uitdaging zijn. Door de Anserdennen vervolgen we onze wandeling om in Ansen te eindigen, bij mijn eigen huis, waar de route langsloopt.
De Loop langs de Hunebedden is een aanrader en absoluut een aanvulling op alle langeafstandsroutes die Drenthe rijk is. Wie bij mij langsloopt, kan een kop koffie komen drinken!

Loop Langs de Hunebedden (16)

Van de Voscheheugte naar de brug over het Linthorst Homankanaal bij Wijster

Een goed begin is het halve werk vanochtend. Vanaf de parkeerplaats stap je zo het Mantingerveld op, met zijn eeuwenoude jeneverbesstruiken. Ze staan daar vanochtend gewoon mooi te wezen in het zonlicht. Zo’n veld kan niet groot genoeg zijn. Over rustige plattelandsweggetjes voert de tocht naar Drijber. Daar middenin Drijber kijk je je ogen uit. Een tuin met tuinkabouters, ornamenten en allerhande versiering zorgt dat we minstens 10 minuten geobsedeerd halt houden bij dit tafereel. Vanaf Drijber is het maar een klein stukje naar de Blinkerd. Geen hunebed, maar wel een klimmetje in deze etappe. Bovenop de afvalberg, bevindt zich een bezoekerscentrum met een permanente tentoonstelling over afval en hoe de VAM, tegenwoordig Attero, dit composteert en verder verwerkt.  Je kunt daar ook fijn even je boterham opeten, terwijl je geniet van het uitzicht over het Drentse land.

Na de lunch wordt het dan nog een hele toer om het VAM-kanaal te volgen. Er ligt een voetpad, maar door rigoureuze kapwerkzaamheden is daar weinig van terug te vinden. We gaan de bocht om en lopen verder langs het Linthorst Homankanaal met aan de andere kant uitzicht op het natuurgebied de Vossenberg. Bijna ongemerkt staan we ineens bij de geparkeerde auto’s.

Museum Voorlinden in Wassenaar is één groot feest

Wat een geweldig museum is Voorlinden in Wassenaar!  Alleen al het gebouw is een feest op zich. Het is verbonden met de omringende natuur, het is ruim, licht en dienend aan de kunst die er tentoongesteld wordt.  De zalen worden verlicht door het immer veranderlijke natuurlijke daglicht dat de kunstwerken tot leven brengt; het kenmerkende licht van de Hollandse kust.

De permanente collectie van Voorlinden bestaat uit een aantal belevingskunstwerken, waar ik niet te veel over zeg; het zou je beleving  maar verstoren bij een bezoek aan het museum.  Een jongen van een jaar of tien, waar ik een tijdje mee oploop roept: “dit is kunst, maar eigenlijk is het gewoon heel gek”. Op mijn vraag of hij het leuk vindt antwoordt hij volmondig “Ja, heeeeel leuk” en weg is hij naar het volgende belevingskunstwerk. Een gedeelte van de vaste collectie is gebundeld in het thema “De Tussentijd”. Deze tentoonstelling nodigt de bezoeker uit te onthaasten tussen 43 kunstwerken uit verschillende perioden, stijlen en stromingen, die een nieuwe, frisse blik op de omvangrijke, gevarieerde verzameling geven. Tegenwoordig vliegt de tijd: alles gaat snel en de klok dicteert ons leven. Museum Voorlinden drukt even op pauze.

De tijdelijke tentoonstelling in Voorlinden. SAY CHEESE! van Martin Creed, gunt ons een kijkje in de belevingswereld van de kunstenaar. De tentoonstelling bestaat uit 54 werken bestaande uit installaties, schilderijen, geluiden en gestapelde objecten. Je entree maken door een zaal gevuld met ballonnen is  je eerste kennismaking met Creed en zo gek en verrassend zal het blijven.

Een lekkere kop koffie is er na afloop in het klassieke landhuis. Het is nog een hele klus om een plekje te bemachtigen in het volgepakte restaurant. Het is voorjaarsvakantie en opvallend veel gezinnen met kinderen, ook hele kleintjes zijn er neergestreken en dat geeft natuurlijk wat rumoer.  Een keurige heer en dame naast me, vragen zich hardop af, waarom mensen in vredesnaam hun kinderen meenemen naar een museum. Als ik dat bij een museum begrijp dan is dat hier in deze magische speeltuin.
Leren houden van kunst zou hier zomaar kunnen beginnen.

 

Loop Langs de Hunebedden (15)

We schieten aardig op met onze wandeling langs de hunebedden van Drenthe. Sterker nog, na vandaag hebben we alle hunebedden gehad. Op de laatste twee etappes staan geen hunebedden gepland en de kans is ook niet erg groot, dat er morgen een paar nieuwe worden neergezet.  We maken de route natuurlijk gewoon af, hunebed of geen hunebed. Vanaf de parkeerplaats bij de Kibbelkoele vertrekken we richting Zweeloo. Onderweg komen we langs de Papeloze Kerk in de bossen van Schoonoord. En dit blijkt later het allerlaatste hunebed te zijn geweest. Hadden we ons dat eerder bedacht dan hadden wij er een ritueel bij kunnen bedenken.

We lopen via De Stroeten naar Zweeloo, waar we een tijdje kijken bij de smid, die daar aan het werk is in zijn smidse. Dat deden we al vaker, maar zolang dit ambacht nog bestaat, kijken wij zoveel mogelijk naar wat Lucas Masselink aan het doen is. Hij showt ons de gelooide poot van een koe, die zijn vader van beslag moest voorzien, voor zijn examen. We kijken naar de plek waar paarden beslagen werden en hij laat ons de gedichten van zijn neef zien. Radio Drenthe schalt schel en te hard uit de transistorradio.

Koffie is er in Aalden bij het Waopen van Aelden. Dan zetten we de pas er flink in. We lopen naar Meppen en gaan dan richting Mantinge. Net voor het Mantingerveld eindigt onze wandeling. De nazit is weldadig even verderop bij Voscheheugte.

Een trage tocht; Beetsterzwaag

Het is voor het eerst dat ik een Trage Tocht loop. Rob Wolfs is de maker van deze tochten. Wat direct opvalt: de beschrijving is uiterst gedetailleerd. Het is gewoon niet mogelijk om verkeerd te lopen. Een topografische kaart wordt aangeraden, maar ook zonder redden wij ons prima.
Met Loes en Marjolein schuiven we om 11.30 uur aan de koffie bij Prins Heerlijck. Dat is koffie op chique en trouwens heel Beetsterzwaag en omgeving hebben iets voornaams. Neem het Lycklamahuis, een statig landhuis uit 1825 of Teyens Fundatie uit 1858.

De weilanden zijn bedekt met een deken van lila pinksterbloemen. Het kerkje van Olterterp ligt middenin een sappig groen voorjaarslandschap. Door het beekdal van het Koningsdiep lopen we en even later trekken we lange lijnen door het Friese kamertjeslandschap. Op de Lippenhuisterheide heeft een jongen zijn scooter aan de kant gezet, omdat hij een ringslang heeft gezien. Hij twijfelt of hij over een slootje zal springen en doet het uiteindelijk toch maar niet. Via het Wallebos bereiken we Beetsterzwaag waar wij onszelf trakteren op oranjekoek. Het is immers bijna Koningsdag!

Loop Langs de Hunebedden (14)

Van Emmen naar de Kibbelkoele in Noord-Sleen

Een heerlijke frisse wandeldag, deze 8e april. Met ons vieren doorkruisen wij het Drentse land. Startpunt vandaag is Emmen. De zoektocht naar een vroege kop koffie valt mee. Bij In De Goede Luim is men net bezig met het klaarzetten van het terras en zet men gastvrij de deur voor ons open. In ons kielzog volgt een groep dames; goed voorbeeld, doet immers goed volgen.
Net buiten het centrum van Emmen, ontwaren wij het eerste hunebed van vandaag. Tussen volkstuinen verscholen ligt de D43, een hunebedtweeling met een grote steenkrans erom. Dit is een zogenaamd langgraf; het enige in Nederland. De ruimtes tussen de kransstenen werden in de jaren zestig opgemetseld met veldkeitjes. Dat vond men vast leuk toen.

Tegenover de flats aan de rand van de wijk Emmermeer, ligt een hunebed in een klein strookje heide.  Met een grote boog lopen we om Emmen heen richting het Oranjekanaal, waar de D42 onverwacht opduikt. Vanaf hier heb je een geweldig zicht op de stad. Bij Westenesch ligt op een boerenerf het enige hunebed dat particulier bezit is. Het lijkt op huisvlijt, maar het is toch echt een hunebed. Vroeger was er een varkenshok overheen gebouwd. Het informatiebord staat trouwens niet op het erf, maar een stuk verder op de Brink van Westenesch. Wij vermoeden dat de boer niet op al die aandacht zit te wachten.  We lopen naar Noord-Sleen via de boswachterij Sleenerzand. Bij Wielens is het goed toeven. Maar we moeten door.
Er wacht ons nog een tweetal hunebedden; een hunebedtweeling, waarvan een een fraai exemplaar is. De tocht voert langs recreatieplas de Kibbelkoele, waar het in dit jaargetijde  nog heerlijk rustig is. De parkeerplaats waar de auto’s staan, ligt even verderop.