Rondje met mijn hondje (2)

Mijn hond houdt van wandelen; misschien nog wel meer dan ik. En alle rondjes in de buurt tussen 4 en 10 kilometer kennen we al, maar toch vervelen ze nooit. Loop even mee.

Rondje: ’t Ende, Reestdal
Startplek: Informatiecentrum Drents Landschap, Boerderij ’t Ende aan de Stapelerweg
Lengte: Eigenlijk 6 kilometer; de wandeling bestaat uit 2 rondjes, waarvan een door het bos aan de overkant van de Stapelerweg. Mijn hondje durfde niet langs de koeien en wat we ook probeerden, hij ging er niet langs en de koeien waren ook niet van plan hem er langs te laten. Ik beperkte mij tot het rondje achter ’t Ende en dat is verreweg het mooist.

Advertenties

Rondje met mijn hondje (1)

Mijn hond houdt van wandelen; misschien nog wel meer dan ik. En alle rondjes in de buurt tussen 4 en 10 kilometer kennen we al, maar toch vervelen ze nooit. Loop even mee.

Route: IJsroute, Havelte (blauwe markering)
Startplek: Poort Holtingerveld, Van Helomaweg, Havelte
Lengte: 5 kilometer

Weer zo’n Trage Tocht; Haarmühle

Net over de Duitse grens ligt Landgasthof Haarmühle; een uitspanning rond een oude watermolen. Hier begint de Trage Tocht van 15 kilometer over o.a. het Witte Veen in het mooie Twente. De Haarmühle is een populaire plek waar het om half 11 ’s ochtends al een drukte van belang is.
Vrijwel direct vanaf de parkeerplaats bij de oude watermolen lopen we richting het Witte Veen, langs de sappige Buurserbeek. Het pad leidt naar het heideveld, dat geenszins wit is. Sterker nog het ziet er zwart van de mensen; voornamelijk fietsers. Als we het Witte Veen verlaten,  wordt het rustiger. We lopen over onverharde boerenpaden, tussen de weilanden door en vinden een plek aan een slootje om te picknicken. Het is zo’n boerenslootje met libellen, kikkers en riet en het ruikt er naar vers hooi. Wat een hemelse plek en wat smaken de meegebrachte broodjes daar lekker.
Het is even een stukje afzien als de wandeling over het opgewarmde asfalt gaat en er geen bomen zijn die schaduw brengen. Bijna aan het eind van de wandeling, volgen we een plankenpad door het bos en wordt het langzamerhand wat drukker. We zijn weer in de buurt van de Haarmühle, waar Duitse schlagers uit de luidsprekers galmen.
Wij blijven in gedachten liever nog even bij dat boerenslootje.

About Argyll and Bute (3)


Bij de Campbells genieten we wederom van een heerlijk ontbijt, een magnifiek uitzicht en Schotse muziek op de achtergrond. Op de derde en tevens laatste ochtend is er een kaasplankje voor ons klaargezet. Islay was ooit een kaaseiland, maar verloor haar kaasindustrie. Zie dit artikel in de Guardian 

Islay staat verder bekend als het whiskyeiland. Er zijn maar liefst negen werkende distilleerderijen op Islay. De whisky’s zijn bekend om hun rokerig en turfachtig karakter. Het eiland trekt veel mannenclubjes aan, die vooral geïnteresseerd zijn in de proeverijen. Natuurlijk bezoeken wij ook een destilleerderij en wel die van Laphroig. Dat bezoek bewaren we tot vrijdag.

Ter kennismaking gaan we op donderdag naar het aandoenlijke eclectisch streekmuseum van Port Charlotte. Het museum geeft een  beeld van de geschiedenis van en het leven op Islay. Van alles is hier te vinden, over schipbreuken, Islay in de oorlogen, kleding, werktuigen etc.

’s Middags rijden we naar Kidalton. Hier staat een gaaf exemplaar van een Keltisch kruis bij de ruïne van The Old Church. We leunen tegen de door de zon opgewarmde muren terwijl we onze sandwiches eten. Vicki heeft daslook meegenomen en dat maakt de sandwiches nog lekkerder dan ze al waren. Na een korte wandeling, gaan we naar de andere kant van het eiland en  bezoeken de Mull of Oa. Hier zij spectaculaire kliffen. We hebben een adembenemend uitzicht op het Schotse vasteland en Ierland. Avonds eten we in het gezellige Bridgend Hotel.

De laatste dag op Islay toont een heel ander karakter van het klimaat. Het is koud, het stormt en regent. Eerst gaan we naar de destilleerderij van Laphroig. Het is prima weer voor een klein hartverwarmertje. Dan brengen we een bezoek aan Finlaggan, the ancient seat of The Lord of the Isles. Hier bevinden zich de ruïnes van Finlaggan Castle en Kilfinlaggan Chapel. Het heeft een rijke historie. De overblijfselen zijn een paar honderd meter van het bezoekerscentrum maar wie zich buiten waagt, keert drijfnat en steenkoud terug.
Even verderop springen we uit de bus voor een bezoek aan de Woollen Mill. Hier worden beroemde tweeds geweven die in menig film (o.a. Warhorse, Braveheart), terug te zien zijn. We zien op de foto’s dat, evenals bij Laphroig, prins Charles een regelmatig bezoeker is. Er wordt uitgebreid geshopt en alle dames zijn blij en gelukkig!

Terug in de B&B is er nog wat tijd over om een klein wandelingetje te maken. Ik hijs me in mijn regenpak en trotseer de storm. Later worden we opgehaald om te gaan eten in The Port Charlotte Hotel. Voordat we ons daar melden struinen we nog wat rond bij Ardnave Point, waar we eigenlijk een wandeling zouden maken. Jammer dat het daar, vanwege het weer, niet van gekomen is. Fijn dat we er toch nog even kunnen kijken, het is er prachtig. Inmiddels is het droog en komt de zon tussen de wolken tevoorschijn. “If you don’t like the weather, just wait five minutes”.

De volgende dag gaan we aan boord van de ferry in Port Ellen. De zee is blauw en de zon schijnt uitbundig. Zo kan het hier gaan. Vicki laten we achter, zij gaat wandelen op Jura. De terugreis naar Glasgow gaat via de Trossachs en Loch Lomond. Sheri en Mike stappen uit in Inverary om het kasteel aldaar te bezoeken. In Glasgow neem ik afscheid van Robina, Carol en Michele en reis ik probleemloos terug naar Nederland, waar ik weer gewoon Nederlands kan praten. En dat is toch ook wel weer awesome!

About Argyll and Bute (2)

We hebben elkaar gedurende de eerste dagen van onze vakantie aardig leren kennen en hebben veel plezier met elkaar. Het is mooi om te ontdekken dat Canada en Australië te maken hebben met dezelfde sores als de Europeanen; klimaat, milieu, werkdruk, kosten van de gezondheidszorg en vergrijzing; om maar wat luchtige gespreksonderwerpen te noemen. En natuurlijk is Trump ook veelbesproken tijdens deze trip. Hilarisch zijn de discussies over hoe een bepaald woord uit te spreken; pecannoten, pecans kent vele variaties in de Engelse taal en zo zijn er nog veel meer uitspraakdingetjes.

Op dinsdag hebben we te maken met een grijzer weertype en buien. We maken een wandeling door The Glen Nant Oakwoods. In de 18e eeuw was dit productiebos om de nabijgelegen ijzergieterij van houtskool te voorzien. Het bos is een weelderige oase van groen en de bomen zijn bedekt met de meest fantastische mossen. Je zou hier volgens de borden reusachtige mieren kunnen tegenkomen; wij zien ze niet. Misschien zijn ze toch kleiner dan verwacht. Na de wandeling rijden we naar de voormalige ijzergieterij en picknicken terwijl het miezert. We bekijken in eigen tempo de gerestaureerde gebouwen van de ijzergieterij.
Als afsluiting volgt nog een wandeling naar Loch Etive en een bezoekje aan een zalmrokerij.
Ik maak voor het diner nog een wandelingetje door Oban want dat was er nog niet van gekomen. Het vierde restaurant op rij is wederom prima. Ik durf nu wel te beweren dat je in Oban goed kunt eten. Vanavond sluit Vicki aan bij het gezelschap; een leuke jonge schotse meid, die  gaat gidsen voor de reisorganisatie en met ons meereist naar Islay.
Voordat we per ferry naar het whiskyeiland afreizen zijn er een aantal stops en korte wandelingen in Kilmartin Glen. Dit dal is het mekka van prehistorische overblijfselen en ruïnes uit de ijzertijd. We bezoeken een steencirkel, verschillende graven (steenhopen) en bewerkte stenen. Verderop in het dal ligt Dunadd, een fort uit de ijzertijd en het belangrijkste van het Keltische koninkrijk Dalriada tussen de vijfde en negende eeuw.

In 478 maakte Fergus MacEr het fort het middelpunt van het Keltische Dalriada. Dalriada werd gesticht door migranten uit Ierland, de Scotti. Het fort heeft minstens twee belegeringen meegemaakt en werd later doelwit van plunderende Vikingen, zodat er voor een andere hoofdstad werd gekozen. Dunadd Fort is gelegen op een rotshoogte van ruim 53,5 meter hoog en de klim naar boven over de natte en gladde rotsen is een uitdagende. In het bovenste deel van het fort bevinden zich in een steen uitgehakte voetafdruk en een bassin, wellicht om regenwater op te vangen. Van de voetafdruk gaat het verhaal dat deze een rol speelde bij de kroning tot koning van Dalriada; hier zijn geen bewijzen voor. Een lokale legende verhaalt dat de keltische held Ossian de voetafdruk achterliet toen hij over de heuvels van Rhudil naar Dunadd liep. Natuurlijk gaan we even in de voetafdruk staan; nu we er toch zijn. Even ben ik de koningin van Dalriada.
We zetten koers naar Kennacraig en passeren het pittoreske Tarbert, waar ik in 2014 al eens was. In Kennacraig begint onze twee uur durende overtocht naar Islay met een veerboot van Caledonian McBrayne.  Ik vind het een mooi moment om stroopwafels uit te delen, die ik voor de gelegenheid in mijn koffer heb gedaan. Met stroopwafels maak je goede sier in het buitenland. En hoe ze het woord stroopwafel uitspreken! Vanaf nu noem ik ze ook stroepwaffels. In twee uur tijd kun je rustig dineren aan boord en af een toe een blik werpen op het voorbijdrijvende landschap. We varen naar Port Askaig, aan de andere kant van het water ligt buureiland Jura.
Na aankomst worden we afgezet bij onze bed and breakfast. Ik ben met Sheri en Mike en Michele te gast bij de familie Campbell in Lyrabus Croft dat uitkijkt over Lochindaal, met aan de overzijde de hoofdstad van Islay, Bowmore. We hebben twee dagen om Islay te verkennen.

About Argyll and Bute (1)

Al een aantal jaren lonkt het wandelprogramma van de Schotse wandelorganisatie About Argyll. Dit jaar trek ik de stoute schoenen aan en boek een week Higlands and Islands. Op 5 mei vertrek ik naar Glasgow. Naast me in het vliegtuig zit een discjockey uit Roemenië die in de nacht van zaterdag op zondag draait in een Schotse club. Ze schijnt beroemd te zijn in het circuit. Ze vertelt me dat ze vliegangst heeft, maar dat ze dit keer iets kalmerends heeft ingenomen. Gelukkig maar, want ik ben zelf ook niet zo’n held in het vliegtuig en een hysterische buurvrouw zou daar zeker geen goed aan doen.
Op Glasgow International Airport word ik opgehaald door de gids van deze week, Robina. In het busje is het reisgezelschap met mij compleet. Mike and Sheri uit Canada, Carol uit de omgeving van Londen en Michele uit Australië. Ik geef iedereen een hand. Daar kijkt men wat vreemd van op. Les 1 in verschillen in gedrag op de verschillende continenten; er zullen nog vele lessen volgen deze week.

We zetten koers naar Oban. Langs Loch Lomond gaat de reis naar Glencoe, het beroemde beeldschone, te drukke dal. Het liefst zou ik op een autoloze zondag met paard en wagen deze route afleggen. De Australische is verrukt over de sneeuw die nog op sommige bergen ligt. In de omgeving van Perth, waar zij woont, sneeuwt het nooit. Na 3,5 uur rijden komen we aan in Oban, waar we 4 nachten zullen verblijven in Hawthorn Bank Guesthouse. Ik heb een heel klein, maar fijn kamertje op de benedenverdieping. Ik voel me er helemaal senang. ’s Avonds eten we bij een visrestaurant met uitzicht op het eiland Mull.

Elke avond vullen we een formulier in waarop we aangeven hoe we ons ontbijt de ochtend erna het liefste willen. De ontbijten zijn zoals het Schots ontbijt betaamt; continental or full cooked. Na de gezonde ronde met yoghurt, muesli en fruit zijn daar bacon, eggs, sausages, tomatoes en toast of een variatie daarop: scrambled eggs met zalm, of the daily special met romige champignons en een gebakken ei op grof brood. Ik ben dol op het Schotse ontbijt! Op speciaal verzoek komt Marmite op tafel, waarover wederom een levendige uitwisseling ontstaat. Marmite in Engeland, Vegamite in Australië en een Nederlandse die niet begrijpt waarom men dit in vredesnaam op brood smeert. Jak!

Op zondag is het prachtig weer. We varen met een kleine ferry naar Kerrera. Kerrera is een eiland van de Buiten Hebriden, met een bewonersaantal van 45. Op Kerrera staan de overblijfselen van een kasteel, Gylen Castle, ons wandeldoel van vandaag. Al snel verlaten we de geplaveide route en volgen de westkant van het eiland naar de uiterste punt, waar het kasteel, heel strategisch haar plek heeft gekregen. Het is heerlijk struinen, klimmen en klauteren, met uitzicht op de oceaan. We lunchen in de buitenlucht. Het lunchpakket dat voor ons werd gemaakt bestaat uit sandwiches, met Cheddar, zalm o.i.d.., fruit, een zakje chips en een stukje Engels gebak, een brownie, een flapjack of spongecake. Elke dag iets anders.
Na de pauze doemt het kasteel op. De ligging ervan en ons uitzicht erop zijn indrukwekkend. Het is nog een half uur lopen voor we de muren ervan kunnen aanraken. Langs de oostkant van het eiland lopen we terug naar de ferry. De gele brem bloeit uitbundig en we hebben een geweldig uitzicht.

Op maandag volgt de boottrip naar de eilandengroep de Garvellachs. We varen met een kleine boot, langs majestueuze kliffen, een vuurtoren op een eiland en gaan aan land op Eileach an Naoimh, Schots-Gaelisch voor Holy Island. Hier liggen de overblijfselen van een oud Keltisch klooster, gesticht door St. Brendan in 542. Het is nog een hele toer om met het kleine bootje aan te meren. We moeten vanaf het bootje op een rots springen en kruipen dan verder omhoog; spannender zal het deze week niet worden. We picknicken op het eiland, hebben nog wat tijd om de overblijfselen van een ver verleden te bekijken en halen wederom halsbrekende toeren uit om weer op het bootje te komen. ’s Avonds wacht ons wederom een restaurant in Oban.

Schier ontwaakt

De schelpenpaden tellen schelpen
De houtsnippers hebben de geur van het bos
Op het terras is plek, in schaduw en zon
Nog even de remmen niet los

De zee lijkt kalm, afwachtend het strand
Een enkeling waagt zich in zee
Een handjevol mensen lost op in het duin
De wind in de rug, het zit mee

Je rekt je uit na de winterslaap
Op deze warme dag in april
Mensen zullen komen en gaan
Maar vandaag is het nog heel even stil

 

Een mooie winterdag, de lente nog ver te zoeken

Gister liep ik dicht bij huis een wandeling vanaf het Bezoekerscentrum Dwingelderveld. Heerlijk om te kunnen lopen, zonder op de kaart te hoeven kijken. Met een 8-tal wandelaars, die zich opgegeven hadden via de Wandelsite, trotseerde ik de snijdende oostenwind en maakte een tocht van ruim 18 kilometer. Velen van ons werden die ochtend door het thuisfront voor gek verklaard. Maar zoals de Engelsen zeggen ‘ieder weer is wandelweer’ en mijn motto is “meestal valt het mee en als het niet meevalt, dan kom je er wel achter”.

De wandeling  ging via de Anserdennen naar de boorden van het Dwingelderveld, langs de vogelkijkhut, met een majestueus uitzicht op de Davidsplassen. Van vogels heb ik weinig verstand, maar een uitzicht weet ik op waarde te schatten. Ik had gedacht mijn medewandelaars daar ook wat beschutting te bieden, maar het bleek in de hut niet veel warmer dan erbuiten. Er zat niets anders op dan de pas er flink in te houden.
We gingen het bos weer in  om halverwege de tocht bij de Bospub  op te warmen bij de houtkachel. Met gloeiende wangen stapten we weer naar buiten. We doorkruisten een stukje bos en maakten een rondje om het beeldschone Smitsveen om vervolgens  richting schaapskooi te gaan. Dat was een beetje afzien, een lang recht stuk, zonder beschutting. In de schaapskooi was het leed snel geleden; hartverwarmend die enorme hoeveelheid dartele lammetjes. De nieuwe schaapskooi, de officiële opening moet nog plaatsvinden, is een echte aanwinst voor het Dwingelderveld, zoals ook de uitkijktoren bij de schaapskooi. Via het Kloosterveld keerden we terug naar het bezoekerscentrum en ging ieder weer zijns weegs, na een heerlijke winterse lentedag.

Franeker, ergens in het heelal

De vader van mijn vriendin had als hobby klokken maken. Hij kon uurwerken repareren en hij maakte ook klokken; Friese staartklokken, stoeltjesklokken. Hij had een draaibankje en maakte onderdelen zelf. Een precisieman was het. Ik herinner me hem in zijn kleine hobbykamertje met aan de wand allemaal klokken en een prominente plek voor de klok waar hij op dat moment aan werkte. Fascinerend al dat getik en dat slaan van die klokken. De man was helemaal in zijn element in dat kleine kamertje.
Mijn vriendin verhuisde naar Zwitserland, haar vader was inmiddels overleden.
We zien elkaar gelukkig nog regelmatig. Ik mag mij gelukkig prijzen met deze vriendin. Zij kent mij van de tijd dat ik nog thuis woonde, zij weet hoe het was bij ons thuis en ik kan me het gezin waarin zij geboren werd ook levendig voor de geest halen. Sommige dingen hoeven wij elkaar niet uit te leggen; die weten we gewoon.
Tijdens haar winterse bezoek reizen we samen af naar het museum van Eise Eisinga in Franeker, dat staat altijd nog op het verlanglijstje van mijn vriendin, omdat haar vader het daar vroeger vaak over had.

Aan het plafond van de woonkamer van een prachtig grachtenhuis bevindt zich het oudste nog werkende planetarium ter wereld. Dit nauwkeurig bewegend model van het zonnestelsel werd tussen 1774 en 1781 gebouwd door de Friese wolkammer Eise Eisinga om de mensen te laten zien dat de planeten niet op elkaar zouden botsen en dus de wereld niet zou vergaan, zoals verkondigd. Dat was een hele opluchting in die tijd.

Eise Eisinga was eveneens een precisieman, een kei in wiskunde en in het berekenen van afstanden. In een tijd dat er nog geen computers waren moet het een enorme klus zijn geweest. Een klus die hij alleen  kon klaren omdat hij zo bevlogen was. Het is een ingenieus  radarwerk, bestaande uit houten tandwielen, spieën en speciaal gesmede spijkers.
We laten ons het verhaal vertellen door een van de vele vrijwilligers. Het uurwerk tikt gemoedelijk. Op de vraag wie er onder zijn eigen sterrenbeeld zit, kijk ik omhoog. Ik zit precies onder het sterrenbeeld Ram, mijn sterrenbeeld.
In het museum doen we tal van leuke ontdekkingen over het heelal.  Een rondje door het fraaie historische stadje en koffie met oranjekoek maakt ons bezoek aan Franeker compleet.

Onderweg in het Drentse land

rolde e.o 005Assen, daar ga ik vandaag van start. Ik loop met Loes en nog een aantal gezellige wandelaars die zich hebben aangemeld via de Wandelsite.  Het is lang geleden dat ik meeliep met een georganiseerde wandeling, maar ik heb er zin in en tijd voor; kortom het past me.
Het voordeel van Assen is dat je zo de natuur inloopt. Al keuvelend lopen we de stad uit en daar ligt de Drentse Aa in al haar glorie aan onze voeten.  Ik houd van de Drentse Aa. Het is een prachtig riviertje dat meer en meer in de ere wordt hersteld. Zij mag weer meanderen! En wij meanderen mee langs haar oevers.
Kampsheide is dan niet meer ver. Een luilekkerland voor archeologen is het daar met grafheuvels en overblijfselen van Celtic fields, beter: raatakkers (ze hebben namelijk helemaal niks te maken met de Kelten). Raatakkers zijn min of meer vierkante of rechthoekige aaneensluitende akkers die van de Late Bronstijd tot in de Romeinse tijd werden ingericht.
Het is dan nog maar een klein stukje naar Balloo en zijn schaapskooi, waar we ons over eerste lammetjes buigen. In Rolde lunchen we op een bankje bij de hunebedden en vervolgen onze tocht naar  Deurze. Het gebied rond Deurze is opnieuw ingericht en je kunt er vlak langs het Deurzerdiepje lopen. Omdat het zo nat is en het meer in het Deurzerdiepje lopen wordt, is het alternatief over het fietspad een betere optie. Na Deurze komt Assen weer in zicht. We lopen naar het centrum door de mooie Parkstraat en nemen buiten op het terras een afzakkertje.
Voor de foto’s verwijs ik naar onderstaande link. Klik hier voor de foto’s van Ton, die ook meeliep. Mijn eigen foto’s zijn op wonderbaarlijke wijze verdwenen.

 

Cornwall in de herfst

We hebben besloten om onze jaarlijkse vakantie in het naseizoen te plannen. Na augustus heb ik me al een aantal keer afgevraagd of dat niet een heel dom idee is. Het is al dagen donker, grijs, grauw en ongezellig. Kaal ook;  de natuur op zijn retour afstevenend op een lange winterslaap. Zelf ben ik er ook wel aan toe mij terug te trekken in mijn warme huis. Maar de vakantie is geboekt en dus vertrekken we op  vrijdag voor de herfstvakantie richting Calais. We rijden de auto op de trein en gaan door de Eurotunnel om in iets meer dan een half uur de overzijde van Het Kanaal te bereiken.  Ideaal.

Aan de overkant zetten  we onze horloges een uur terug en zo kan het verkeren dat je ineens een uur extra hebt.  Ons doel voor vandaag is Nether Wallop, waar we te gast zijn in een B&B. Engelse gastvrijheid, het is weer in groten getale aanwezig. We eten in de pub, een paar dorpen verderop; the Tally Ho Inn in Broughton. Het is er een gezellige drukte en we hebben snel aanspraak, niet in de laatste plaats omdat iedereen wil weten wat voor “breed” hond we bij ons hebben. Het bier smaakt goed, bij de hete curry. Laurens heeft de pittige variant,  de zweetdruppels staan op zijn voorhoofd.
De volgende dag rijden we naar onze bestemming in Cornwall.  We kiezen de route over Dartmoor. Het is een prachtige route, maar het stormt en het is een hele opgave om de autodeur open te krijgen en als je dat voor elkaar hebt gekregen is het ijzig koud op de desolate vlakte. Engelsen laten zich echter niet weerhouden om mee te doen aan een wedstrijdje hardlopen of per paard Dartmoor te betreden. Zelfs op deze onstuimige en natte zaterdag.
Als we onze cottage in Cornwall bereiken schemert het. De eigenares begon zich al zorgen te maken.  Er staan huisgebakken versnaperingen voor ons klaar. Het is een fijn compact huisje en het ontbreekt ons aan niets. Buiten stormt en regent het, wij zitten bij het houtkacheltje. Tja, op vakantie gaan in de herfst. We moeten er maar het beste van maken.

Op zondag maken we een wandeling in de omgeving. Het weer is aardig opgeknapt. In de pub bespreken we een tafel voor de “carvery” die avond. Dat is een belevenis op zich. Je kunt kiezen uit een aantal vleessoorten die dan van een groter stuk worden afgesneden en verder kun je je bord vol laden met allerhande “zondags” eten; de bekende gifgroene Engelse doperwten, vette jus,  aardappelpuree, appelmoes enzovoort. Het eetfestijn is razend populair bij de Britten; de pub is afgeladen vol. En dat dus drie keer op de zondag! We laten het ons smaken met een lokaal biertje erbij.
De maandag verloopt grijs en mistig, maar we maken een prachtige klifwandeling van de Bedruthan Steps naar Porthcurno. Ook op woensdag, donderdag en vrijdag lopen we delen van het South-West Coastpath. Een etappe van Trebarwith Strand naar Tintagel. In Tintagel Castle, waarvan nu alleen nog de restanten over zijn, zou King Arthur verwekt zijn en dus is het King Arthur dat de klok slaat in Tintagel. Het is er trouwens flink druk, ook de Engelsen hebben herfstvakantie.
Eveneens een prachtige wandeling is de klifwandeling die we maken bij Morwenstow in het uiterste noorden van Cornwall op de grens van Devon. We bezoeken de hut die dominee Hawker bouwde op het klif om daar zo stoned als een garnaal van het uitzicht te genieten en natuurlijk lopen we de sfeervolle tearoom niet voorbij. Op het terras strijken we neer voor een creamtea. Naarmate de week vordert wordt het weer steeds beter en op de laatste vrijdag genieten we van zomerse temperaturen. De zee en de lucht zijn blauw. We wandelen van Port Quinn naar Port Isaac, met een geweldig uitzicht op Port Isaac aan de baai. Een beeldschone wandeling. Tussendoor wandelen we dan ook nog op Bodmin Moor, vanaf onze cottage en maken we een mooie wandeling bij Lanhydrock, het victoriaanse landhuis, dat we eigenlijk hadden willen bezoeken, maar waar het ons op dat moment te druk is.

We toeren door “the remote landscape”, door slapende dorpen met prachtige kerken. We keren terug naar ons gezellige huisje, bezoeken de pub, eten fish & chips; kortom we hebben het heerlijk. Misschien gaan we volgend jaar wel weer in de herfst op vakantie.

Renkum; een B&B en een Trage Tocht

Na onze wandeling in Oosterbeek, overnachten we in Renkum in B& B “Onder de Bomen”, gelegen aan de rand van het Renkums Beekdal. Een mooie blokhut achterin de tuin van de gastheer, omgeven door hoge bomen, is even ons onderkomen. De blokhut is gezellig en creatief ingericht en heeft een fijne veranda. En die laatste komt erg goed van pas, want ’s avonds hoost het, maar zitten wij buiten en toch lekker droog. De B&B heeft als voordeel dat je er zelf ook een maaltijd kunt bereiden, er is een klein kooktoestel en een magnetron. Het ontbreekt je daar echt aan niets en ook op het ontbijt valt niks aan te merken. Onthouden, die B&B! Je kunt “Onder de Bomen” vinden op http://www.bedandbreakfast.nl

De Trage Tocht Renkum loopt langs de B&B, dus wij laten de auto staan en vertrekken richting Oranje Nassau’s Oord, ooit de residentie van Koningin Emma, momenteel in gebruik als verpleeghuis. We stappen door naar Nol in ’t Bosch, waar we een kop koffie drinken. We bezoeken het arboretum Oostereng en verbazen ons over de majestueuze beuk; maar liefst zeven beuken zijn hier met elkaar vergroeid.  Over glooiende bospaden en door oude bossen bereiken we het Renkums beekdal. Sappige weiden met paarden en koeien, een kabbelende beek,  hier en daar een boerderij; beeldschoon, verstild  landschap. Uitgerekend deze zomer, waarin aangekondigd werd dat bramen plukken strafbaar is, zijn de bramen malser en sappiger dan ooit.  U snapt, burgerlijke ongehoorzaamheid is ook ons niet vreemd.
Via de Renkumse heide, alwaar geen heide te vinden is, bereiken we een asfaltweg die we oversteken om vervolgens op een klompenpad onze wandeling te vervolgen. Daar praat een man op een scooter ons bij. Hij komt hier regelmatig om een vos te spotten en te fotograferen en er lopen ook reeën.  Wij  zien ze niet.
We lopen naar Heelsum en passeren een uitnodigend volkstuincomplex. Het staat er vol met bloemen, dahlia’s, afrikaantjes en er groeien mega-pompoenen. Het is een oase van groen en kleur. Ook de kerk op de heuvel is een prachtige plek. Na zoveel moois zou je denken dat nu het eind van de wandeling wel in zicht komt. Niets is minder waar. Er volgt een stuk met uitzicht op de Rijn en vlak voor Renkum doorkruisen we de uiterwaarden. Wat een prachtige wandeling!

Boschveld en Mariëndaal, puzzelen maar

We zijn twee dagen op pad rond de Veluwezoom. Wandelschoenen, hond en wandelroutes mee. Het weer is wat wisselvallig. We rijden naar het beginpunt van de wandeling, de Airborne begraafplaats in Oosterbeek en kunnen daar kiezen uit een lange en een korte variant. We nemen de korte van 7,1 kilometer. Of dat zo’n goed idee was? Het was in ieder geval niet nodig geweest, want het bleef prima wandelweer.

De wandeling had ik van internet geplukt en nadat ik hem had uitgeprint had ik eigenlijk al argwaan moeten hebben. Voor deze korte wandeling rolden nota bene 9 A4’tjes met beschrijving uit de printer. Maar goed, eens gekozen blijft gekozen en we gaan hoopvol op stap.

Vanaf de Airborne begraafplaats in Oosterbeek moeten we richting het spoor (dat we niet zien liggen). Er volgt een stroom van ingewikkelde aanwijzingen: neem het pad in oostelijke richting (iemand een kompas?), kies het pad dat evenwijdig aan de hoogtelijnen in oostelijke richting het bos ingaat (heeft iemand een stafkaart?), loop door tot je aan beide kanten naar beneden kunt kijken (huh), loop naar de sprengkop van de beek (hoe ziet dat eruit dan?), loop een stukje verder en kijk achterom (oké), neem het pad in westelijke richting, met de boerderij in de rug. (dat is dus gewoon de weg volgen, waar we al op staan). Zo gaat het maar door. Het is een puzzeltocht van jewelste en we zijn steeds veel tijd kwijt met het vinden van het juiste pad.
Al met al is het een hele mooie wandeling. We doorkruisen landgoed Boschveld en maken een ronde over het glooiende landgoed Mariëndaal, met zijn Groene Bedstee (een sprookjesachtige berceau van 400 meter lang) en landhuis Mariëndaal. We eten onze boterhammen bij een van de vele picknickbanken en zijn er getuige van dat een hond (nee, niet die van ons) er met een van onze boterhammen vandoor gaat. We lopen langs akkers en door houtwallen en passeren eeuwenoude bomen om te te eindigen waar we begonnen, de indrukwekkende Airborne begraafplaats.

Zee, zon, zomer, ZALIG! Schiermonnikoog

Een goed begin is het halve werk, maar als je om 4.30 uur uit de veren moet, dan staat je lichaam nog in nachtstand en dan vergeet je dus je fotocamera en je thermosflesje koffie. Trouwens, het regent ook nog eens pijpenstelen op dit vermaledijde uur.
Een wadlooptocht naar Schiermonnikoog staat op het programma. Vertrektijd vanaf Lauwersoog is 6.30 uur. Om 5.00 uur rijd ik door het donker over verlaten wegen. Heerlijk zo in de vroegte onderweg zijn. De regen maakt plaats voor een verbluffende zonsopkomst. Tegen de tijd dat ik op P4 mijn auto parkeer, is het licht en regent het niet meer

Er staan al wat mensen te wachten. Men maakt zich vooral druk over het ontbreken van de gids. “Hier word ik toch zo chagrijnig van, word je aan alle kanten gesommeerd om op tijd te zijn en dan is er geen gids”, moppert een dame.  Ik ken wadgidsen langer dan vandaag en die komen echt wel.

 

Wadgids Adriana staat bij Schierzicht en wij staan op de parkeerplaats. We voegen ons bij haar en gaan dan op een snelle boot richting zandbank Brakzand, waar we in het water plonzen en aan de tocht beginnen. Het is zoals altijd geweldig op het wad. Het vroege ochtendlicht, de zon die door de wolken prikt. Een beetje slik, maar zeker niet vermoeiend en een enkele geul, die we door moeten. Genieten is het. Ik ben dol op het wad.

Rond 11.00 uur zijn we op Schier. Ik huur een fiets, poets mezelf schoon bij de wasplaats, neem afscheid van de gezellige groep wadlopers en vertrek met mijn fietsje, met vrijwel lege achterband, naar de Marlijn. Ik heb mijzelf een kop koffie en een bord vissoep beloofd. Het is druk en lawaaierig bij de populaire strandtent. De koffie smaakt goed en de soep is goddelijk. Ik kan er voorlopig weer tegen. Op het strand loop ik een heel stuk door het water, heerlijk is het. Ik fiets naar de Kobbeduinen en maak een wandelingetje door de kwelder. Ik vraag iemand of ik zijn fietspomp mag lenen en mijn band wordt vervolgens door de meneer voor me opgepompt. Mij hoor je niet klagen. Ik stap weer op. Schier in de zomer, met zeealsem en duindoorn. Zo mooi.
Ik fiets terug richting de boot en ga nog even op een bankje zitten om te staren over het water. Tenminste, dat is het plan. Bij mij voegen zich twee dames en een heer op leeftijd. Ik raak aan de praat met een van de dames. Het zijn eilanders. Ze is nog altijd blij en gelukkig op Schier. Het eiland is voor haar niet te klein en het verveelt nooit; zelfs niet na 50 jaar. Haar kinderen wonen allemaal aan de wal. Haar man rijdt alleen nog auto op het eiland. Aan de wal is het te druk. Toeristen zijn om naar te kijken en je over te verbazen. Ik krijg een mooi inkijkje in het leven van eilanders.  “Wat aan de wal is, blijft aan de wal”, zegt de vrouw. “Mensen laten hun beslommeringen achter wanneer ze op de boot naar Schier stappen, die gaan niet mee op de boot. Hier is de wereld anders”. En ik kan haar niet anders dan gelijk geven.

Open Stal 2017

Van 29 juli tot en met 27 augustus 2017 is er weer Open Stal kunstroute in Oldeberkoop. Het is de 46e editie Voor wie er nog niet eerder was, ga er eens kijken. Het is altijd een verrassing; de kunstwerken, maar ook de plekken waar ze tentoongesteld worden. Het thema dit jaar is : Van Nature.

Het idee voor de kunstroute is in 1971 is ontstaan aan de stamtafel van Appie Tjalma, de markante uitbater van de dorpsherberg. Er is veel veranderd in de loop der jaren. Lag in het begin de nadruk op hobbywerk en verzamelingen, tegenwoordig is Open Stal een kunstmanifestatie van allure. Niet voor niets mag het dorp ieder jaar 10.000 bezoekers verwelkomen tijdens de Open Stal-periode. Je kunt de route fietsen, maar qua afstand is wandelen ook een prima idee. Er is voldoende horeca op de route.
Hieronder een impressie:

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑