Het spannendste van het wadlopen

Elk jaar ga ik het wad op, lopend. Het verveelt nooit, het is altijd anders. De mensen, het weer, de tocht, de dynamiek. Dit keer ga ik samen met mijn dochter op pad. De wekker gaat om half 5 en om 5 uur vertrek ik naar Groningen om Nina op te halen. In Groningen gaan de laatste cafébezoekers naar huis. Om kwart voor 7 melden we ons in Lauwersoog bij P4, waar Johannes Veenstra ons opwacht. “Je kunt me herkennen aan mijn hoofddoekje.” Huh? Op P4 is het druk. Ik denk niet dat iedereen met Johannes meegaat. Dat klopt, de meeste mensen lopen met wadloopcentrum Pieterburen en vertrekken met De Boschwad naar de Brakzand.  Wij doen vrijwel dezelfde tocht, maar wij zijn slechts met 12 personen en wij vertrekken met een klein bootje, de Zeerob, naar de zandplaat. Met een kleine groep ben je wendbaarder en sneller weg, waardoor er niemand voor je loopt op het wad en het lijkt alsof de hele wereld van jou is.

Het bootje brengt ons vliegensvlug naar de zandplaat. Er is haast geboden bij het uitstappen anders kan de Zeerob niet op tijd wegkomen en moet daar blijven tot het vloed is. Maar wij zijn een snel stel en behendig dalen wij het trapje af.

Het zeikt van de regen en het ziet er niet naar uit dat het snel beter zal worden. Alhoewel ik zie daar toch echt een klein stukje blauw. Slechts 5 minuten duurt de bui en dan klaart het wonderbaarlijk snel op. Stapelwolken en een steeds blauwere hemel; het is een adembenemend schouwspel. Ik geloof niet dat ik het wad al eens zo betoverend mooi heb meegemaakt. Maar misschien zeg ik dat wel elk jaar. Nina verorbert de grootst oester die ze ooit gezien heeft. Te groot om in een keer door te slikken, wat je normaal met een oester doet. De groep staat  er ontzet naar te kijken. Gadver.

De 11 kilometerlange tocht over het wad is goed te doen, er is weinig slik en de geulen zijn niet heel diep. Soms reikt het water tot onze middel, maar daar houdt het wel mee op.
Het Kobbeduin zien we al van verre liggen, het is zo’n handig baken. Waarom Johannes heeft gekozen voor het Kobbeduin wordt duidelijk bij het aan land gaan. Het lamsoor staat in volle bloei. De kwelder kleurt helemaal paars aan deze kant van het eiland.  Ik zou hier uren kunnen staan kijken. Wat een schoonheid. Bij het duin trekken we droge kleren aan, sommige laten het erbij. Je droogt ook vanzelf wel op. Een paar fatsoenlijke, droge schoenen voelt wel veel beter. We lopen naar het dorp; 5 kilometer lopen, een goed uur.  Met Nina val ik neer op een terras en aanschouwen we familietaferelen onder het genot van allerlei lekkers. We besluiten met de Zeerob terug te varen en niet met de grote veerboot.
Het water gaat behoorlijk tekeer, het bootje schommelt en we halen meerdere malen een nat pak. Of we snel last hebben van zeeziekte vraagt de schipper. Een hoopgevende vraag.  We zeggen dat we het niet weten en dat we het wel zullen zien. Daar gaat die kleine stoere Zeerob recht op het doel af: de haven van Lauwersoog. Het stuitert en schommelt, het sputtert en spettert. Bleven we bij het wadlopen aardig droog, de terugtocht met het bootje zorgde toch nog voor een nat pak. Het spannendste van het wadlopen is dit keer de reis terug naar de vaste wal met de Zeerob.

Kleinschalige wadlooptochten kun je boeken bij http://www.wadgids.nl of bij http://www.fryskewaedrinners.nl

De Millingerwaard

Deze diashow vereist JavaScript.

Geen reizen naar woeste buitenlanden, maar een herwaardering van alles dichtbij huis. De schoonheid van het vaderland wordt dit jaar op geen enkele manier afgeleid. Het is Nederland dit jaar en het is zeker geen straf. Zo liep ik met een vriendin een wandeling in de Millingerwaard. We gingen op weg naar de theetuin.  Daar waren we al eens eerder, maar dat was al weer even geleden.
Het uitzicht op het fenomenale rivierenlandschap is haute cuisine Nederland. We kijken uit op de Neder-Rijn. Bloemen die ik eerder deze vakantie aanschouwde tijdens open tuinendagen staan hier gewoon in het wilde weg te groeien en te bloeien. Overal is leven en groen en zijn er prachtige doorkijkjes. Wat een genot.
In de tuin is het gezellig druk, maar met soms een kleine reminder “denkt u aan de 1,5 meter”, kan men elkaar gemakkelijk uit de weg gaan. De tuin is een fijne plek voor een lunch. Nog een laatste inspiratieronde door de tuin en dan wandelen we relaxt terug naar de parkeerplaats.
Meer informatie over de Millinger theetuin vind je op hun website. https://www.millingertheetuin.nl/

Lendevallei; alsof je in een schoolplaat wandelt

Wellicht ken je ze nog, die schoolplaten van M.A. Koekkoek.  Bij ons hingen ze in de klas en je kon er zo heerlijk bij wegdromen. De omgeving van de Lende roept bij mij beelden op aan de schoolplaat “in sloot en plas”. Ik woonde vroeger aan zo’n rijke sloot met kikkers en gele plomp. Op deze zomerse dag worden we uitbundig getrakteerd op gonzende en springlevende sloten.
We lopen een route van Wandelvanuit die start bij Van de Valk in Wolvega. We drinken een kop koffie en kijken naar grote regendruppels die gestaag naar beneden vallen. Hmm, misschien nog maar een kop koffie nemen?
Als we in regentenue vertrekken regent het al lang zo hard niet meer en na twee bochten omgeslagen te zijn, trekken we de hele regenzooi weer uit, want de zon schijnt.
We lopen Wolvega uit via een stukje bos met sappig groene varens. De wandeling lijkt uit te draaien op een plattelandswandeling met graspaden langs weilanden en stille weggetjes. Tot we de rivier de Linde bereiken. We gaan de brug over en vervolgen ons pad door dit groene moerasbos, waar alles groeit en bloeit. Het is van een ongekende schoonheid. We gaan over spannende vlonderpaden, door dichte begroeiing. Voor onze voeten springen kleine padjes alle kanten op. Het krioelt ervan. Afgezien van wat fietsers op de fietspaden is het er stil, heel stil.
Het geluid van de snelweg komt dichterbij en we vermoeden dat we het mooiste deel van de wandeling achter de rug hebben.  Er wacht ons echter een heerlijk toetje. Tijdens het laatst deel belopen we graspaden door ruig grasland en passeren we een oud veensluisje, dat heel mooi gerestaureerd is.
Een prachtige wandeling door een juweeltje van het Fryske Gea. Voor meer informatie over het gebied https://www.itfryskegea.nl/natuurgebied/lendevallei/over-dit-gebied/

De wandeling van 19 kilometer lang die we hebben gelopen kun je hier gratis downloaden of uitprinten
https://wandelvanuit.nl/route-wolvega-3/

 

 

Groot-Frieslandpad (6)

Waren we na lange tijd eindelijk in februari weer verder gegaan met onze reis van West- naar Ostfriesland, kwam de coronacrisis. Nu we onszelf weer wat meer vrijheid gunnen, pakken we de draad op, in juli van het jaar 2020, op een mooie zonnige, ideale wandeldag. We lopen van Wervershoof naar Enkhuizen en sluiten daarmee de Noord-Hollandse etappes af.

Rondje Drenthe – Groningen op de fiets (3)

Vandaag voert mijn tocht terug naar huis. Meer dan 100 kilometer heb ik te gaan. Vanwege de accu kan ik niet te hard van stapel gaan, want voor je het weet heb je wel lekker hard gefietst op standje 3, maar moet je de overige 50 kilometer zonder trapondersteuning verder. Ik leg de afstand af door zo’n 17,5 kilometer per uur te fietsen. Het zal een lange dag worden.
Van Nansum fiets ik naar het beeldschone Krewerd, een prachtig dorp met een nog mooier kerkje. Een pad dwars door de weilanden brengt mij bij  Jukwerd. Appingedam is dan niet ver meer.  Ik blijf er niet lang. In Steendam drink ik koffie bij het muziekcafé van Peter en Leni aan het Schildmeer. Ik laad mijn fietsaccu uit voorzorg gelijk maar even op.  Er volgt een prachtig stuk ruige natuur.  Ik hik een beetje tegen de afstand aan en overweeg om naar Groningen te fietsen en daar de fiets op de trein te zetten. Ik doe het niet en fiets dapper door over het Groninger land. Ik doorkuis Schildwolde, Slochteren en Froombosch. Rijd veel te ver door en moet weer terugfietsen, maar dat is geen straf. Het zijn stuk voor stuk leuke dorpen in Midden-Groningen.
Bij Sappemeer en Hoogezand is de lol er een beetje af. Dat is gewoon een naar eind. Als ik daar voorbij ben komt het weer goed en geniet ik van het prachtige Kiel-Windeweer en komt Drenthe in zicht.
In Zuidlaren is het belachelijk druk. Ik geloof nooit dat iemand zich daar nog iets aantrekt van coronamaatregelen. Ik rijd door het stroomdal van de Drentse Aa en mis de rust van Groningen nu al. In Ekehaar drink ik twee Rivella’s achter elkaar. Wat heb ik een dorst. Fietste ik eerst via knooppunten, ik kies nu voor de kortste weg naar huis nemen, want het is genoeg geweest. De accu van de fiets en mijn eigen accu zijn leeg.
Maar ik heb het gered, een kleine 300 kilometer in 3 dagen en geen zadelpijn.  Echt niet.

 

 

Rondje Drenthe – Groningen op de fiets (2)

In Niehove verblijf ik in B&B Op De Wierde. Zoals de naam al zegt op de wierde. En wat voor wierde. Niehove werd door Elsevier uitgeroepen tot het mooiste dorp van Nederland. Ik was er al een aantal keer eerder. Het is zo’n plek waar je terugkeert, om te kijken of het nog altijd zo mooi is. Mijn fijne kamer kijkt uit op de kerk, de klok luidt ieder half en heel uur. In Niehove kun je fantastisch Indonesisch eten bij Eisseshof. Het restaurant is een begrip in de regio en ver daar buiten. Ik smul van de heerlijke gerechten. Na een wandelingetje rond het dorp, zoek ik mijn fijne plekkie op om een beetje te lezen en heerlijk te slapen.
De volgende ochtend krijg ik op een dienblad een magnifiek ontbijt aangereikt. Alles wat ik bij het ontbijt niet op krijg, mag ik meenemen voor de lunch.

Rond de klok van 10, verlaat ik Niehove, na eerst nog even in de kerk te hebben gekeken. De zon schijnt en ik fiets dwars door het Groninger land, over fietspaden en rustige weggetjes; van het Westerkwartier richting het Hoge Land. Ik passeer het gehucht Electra, gelegen op een kunstmatig schiereiland aan de zuidzijde van een meander van het Reitdiep. Bij Electra werd tussen 1918 en 1920 het gemaal De Waterwolf gebouwd voor de bemaling van bijna 100.000 hectare land in de provincies Groningen en Drenthe. De naam Electra is afkomstig van het waterschap Electra dat dit gemaal beheerde en dat haar naam weer ontleent aan het feit dat dit het eerste gemaal van Nederland was dat elektrisch werd aangedreven. Ik passeer Houwerzijl, Ulrum en Hornhuizen met zijn baken in de vorm van een grote gele lantaarn bovenop de kerktoren. Je kunt de toren beklimmen, maar de laatste trapjes zijn zo steil, dat ik er vanaf zie. Er is namelijk helemaal niemand in de kerk en als ik naar beneden stuiter is er ook niemand om me op te rapen.
Ik fiets door via Broek, naar Pieterburen. Koffiepauze bij Domie’s Toen, een van mijn favoriete plekjes in deze contreien. Westernieland, Den Andel, Warffum en dan hoppa richting wad. Want als je in de buurt bent, moet je altijd even over het wad staren bij Noordpolderzijl. In het Zielhoes aldaar is een trouwerij aan de gang en dus is er geen plek op het terras.  Binnen wel. Helaas is de mosterdsoep op, maar een knapperige bol met Hollandse garnalen is ook niet te versmaden. Ik fiets verder onderaan de dijk. Soms rijd ik even naar boven om te kijken hoe het wad erbij ligt. Ter hoogte van Uithuizen zak ik af. Ik rijd door het dorp, gluur even naar de romantische Menkemaborg en ga richting Zandeweer. Zandeweer heeft een mooi kerkje met een losstaande toren. Ik trap rustig door naar Eppenhuizen, Startenhuizen en Garsthuizen. Wanneer kom je daar nou?  In Zeerijp ga ik richting Losdorp en Spijk. Zo langzamerhand zit ik aan mijn dorpentaks. Het is warm en mijn acculampje knippert vervaarlijk. Maar ik moet verder naar Bierum. Ik sjor mijn fiets over een hoogholtje en trap door naar Nansum, een gehucht aan de Eems. Erfgoedlogies Oldenbosch is een bed & breakfast annex zorgboerderij. De boerderij, uit 1844, is fraai gerestaureerd en ik heb een prachtige kamer met ligbad. Na 90 kilometer fietsen is dat een welkome oppepper.
Ik eet de broodjes die ik vanmorgen heb meegenomen uit Niehove, want er is geen restaurant in de buurt. Ik heb ook nog een krentenbol van de dag ervoor. De koekjes ter plekke aanwezig, zijn een welkom dessert. Ik loop nog even naar de dijk en ben getuige van een wonderschone zonsondergang. Aan het einde van de wereld, daar ben ik nu.

Rondje Drenthe – Groningen op de fiets (1)

Voor het fietsen van een rondje Groningen heb ik al een aantal plannen gemaakt. Fiets op de auto, fiets op de trein. Bij gebrek aan een fietsendrager valt het eerste af en het tweede vind ik in corona-tijd niet aantrekkelijk. En dan ineens weet je het,  je gaat gewoon helemaal fietsen. Ik rijd uiteindelijk met trapondersteuning, hoe ver kan het zijn?
Op donderdag is het zwaar bewolkt en het regent. Mijn man kijkt op de buienradar en zegt dat wanneer ik bij Dwingeloo ben het droog zal zijn, dus ik gok het erop. Ik stap op de fiets en vertrek voor een tocht van 83 kilometer in noordelijke richting. Na een paar kilometer rijd ik al op een fietspad dat volledig nieuw voor me is. Zo gaat dat als je je omgeving vanuit een ander perspectief beziet.
Ik volg fietsknooppunten, dat is wel zo makkelijk. Via Dwingeloo en Diever kom ik in het Drents-Friese Woud. Het is nu inderdaad droog en ik trek mijn regenjas weer uit. Het toert heerlijk door het bos. Ik schamp Appelscha en kom aan in Fochteloo, waar ik mijn broodjes eet naast de klokkenstoel op de oude begraafplaats. Wie mij kent, weet van mijn voorliefde voor begraafplaatsen. Een dooie boel zou je kunnen zeggen, maar voor mij gaat er een serene en weldadige rust vanuit.
Ondanks die handige knooppunten fiets ik verkeerd, maar eindig toch in Veenhuizen, waar ik koffie drink bij Bitter en Zoet en waar ik mijn eigen accu en voor de zekerheid ook die van de fiets oplaadt. Het levert slechts een paar procent stroom op.
Vanaf Veenhuizen doorkruis ik Een en Zevenhuizen en arriveer in Leek. Daar geniet ik van het fietspad dat langs het Leekster Hoofddiep loopt. In de verte zie ik de kerktoren van Midwolde. Ik geloof dat ik daar had moeten fietsen, maar hier rijden is ook geen straf. Lettelbert, Oostwold, Enumatil; het Westerkwartier in optima forma. Kleine pittoreske huizen van rode baksteen met jaloersmakende tuintjes ervoor.  Van Tante Til in Enumatil had ik al veel gehoord en ik ben aan een pauze toe. Tante Til is een kneuterig koffie- en theehuis, dat een sfeer uitstraalt van nostalgie met een knipoog naar kitsch. De thee zit in een potje en wordt geserveerd in oude porseleinen kopjes zoals vroeger bij je tante. Ik neem poffert bij de thee met bruine suiker en gesmolten boter. Over nostalgie gesproken.
Hoewel ik aardig opschiet naar mijn eerste overnachtingsplek, ben ik er nog niet. Den Horn is een prachtig dorp en Noordhorn is ook mooi, maar daar raak ik het spoor even bijster.  Net als ik denk dat ik het helemaal heb gehad met het fietsen en het lichtje van een bijna lege accu oplicht verschijnt Niehove, het eindpunt voor vandaag,

aan de horizon.

Dal van de Reest

De Reest vormt de natuurlijke grens tussen de provincies Overijssel en Drenthe. Het is een onbedorven meanderende stroom. Op een prachtige zondag in de vroege zomer loop ik een Trage Tocht, die start bij het kerkje van Oud -Avereest. In het kerkje wordt gezongen, bij orgelklanken; het ultieme zondagmorgengevoel. Het landschap is adembenemend mooi. Altijd, maar vandaag extra. Velden met verschillende graansoorten, waaronder tarwe, gerst en spelt doen denken aan langvervlogen tijden. Het is pure romantiek, dat Reestdal.

Terug in het Drents-Friese Woud

Het is vreselijk hoe ons leven de laatste maanden werd bepaald door het Coronavirus. Gelukkig zijn de maatregelen versoepeld en is ook de ergste angst uit het lijf verdwenen. Het is dan ook een uitkomst dat Janny “Wandelvanuit” mij vraagt om met haar een route te verkennen. Ik zeg maar al te graag en volmondig ja.
Het is een heerlijke dag om te wandelen, niet te warm, niet te koud en af en toe een buitje. We wandelen in het Drents-Friese Woud aan de kant van het Aekingerzand en de Kale Duinen. We maken een ronde van 19 kilometer en komen heel weinig mensen tegen. De route is volledig onverhard en gaat door bossen, over heidevelden en langs vennen. Dit is echt een wandeling voor natuurliefhebbers. Ondanks dat we laatste tijd allebei niet zo heel veel kilometers hebben gemaakt, valt het ons niet tegen. We kunnen het nog! Het venijn van deze wandeling zit echter in de staart. Het mulle Aekingerzand is een leuk toetje en een goede testcase of we het echt nog kunnen. Ja hoor, het lukt nog steeds.

Wil je de wandeling lopen, klik hier voor de route.

Bezinningsrondje Deurzerdiep

Het zijn bijzondere tijden en een moment van overdenking tijdens een wandeling helpt om de balans in het leven te houden. De natuur lijkt zich niets van corona, werkperikelen of wat dan ook aan te trekken. Het voorjaar is uitbundig.
Op een vrijdagmiddag in mei maak ik een mooie tocht bij het Deuzerdiep. Ik kies de blauwe route van 5,5 kilometer die start bij het parkeerterrein van De Aanleg in Deurze.

 

Vaker doen

Ik loop weer een keer met de Wandelsite. Er waren tijden dat ik wekelijks een lange wandeling met de Wandelpool of de Wandelsite liep en zelf ook regelmatig een wandeling organiseerde. Maar het leven verandert en een mens verandert en het komt er niet meer zo vaak van. Ik beleefde er altijd veel plezier aan en omdat het een nieuw jaar is en er nodig bewogen moet worden, sluit ik aan bij een wandeling in de omgeving van Lemele. Het is een wandeling opgetekend door Truus Wijnen, die populaire wandelboekjes schrijft. Truus weet als geen ander de mooie plekjes in Twente en Salland te vinden. Elisabeth loopt voorop en een tiental wandelaars loopt er in ganzenpas achteraan.

Als je bij Camping Lemeleresch, waar je trouwens prima zit, de provinciale weg oversteekt, loop je direct het groen in. Bosschages, verlaten weilanden en de kronkelende Regge; een landschap in winterstand. Na landgoed Eerde, lopen we langs de rivier en de Steile Oever, een stuwwal uit de laatste ijstijd met een steile oever die is uitgesleten door de Regge. Tegenwoordig is de Steile Oever een oude afgesneden meander van de Regge. De Steile Oever is niet alleen uniek om zijn steile oevers, maar ook om zijn mooie “zichtassen”.
Even verderop is er een horecastop bij de Nieuwe Brug. Aan het eind van de wandeling beklimmen we de Archemerberg om vervolgens af te dalen naar Camping Lemeleresch.
Conclusie: ik vind wandelen met een groep nog steeds leuk.

Wandel jij niet meer?

“Wandel jij niet meer?”, ik hoor het regelmatig. Het is niet zo dat ik niet meer wandel, maar ik wandel vaker dichter bij huis. Wekelijks een of meerdere rondjes met de hond. Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat zowel de boswachterij Ruinen, de Havelterberg, het Drents-Friese Woud en het Dwingelderveld op steenworp afstand liggen. Hierbij een kleine impressie van herfstige en  winterse wandelingen.

 

 

Antwerpen tussen Kerst en Oud en Nieuw

Mijn dochter en ik hebben iets met Antwerpen. Zij heeft er een jaar gewoond en in dat jaar kwam ik er regelmatig.  De stad voelt vertrouwd en nu kriebelde het al weer een tijdje. Zullen we naar Antwerpen gaan?
Tussen Kerst en Oudjaar boeken we een bed and breakfast voor twee nachten. De accommodatie is op loopafstand van het MAS en het centrum; een prima uitvalsbasis voor een weekendje stad. Onze gastheer, Domien, had in hetzelfde pand ooit een bloemenzaak. Hij is inmiddels met pensioen, maar vindt het ontvangen van gasten gezellig en zolang hij het leuk vindt blijft hij het doen. Hij kletst ons, in zijn sappige Vlaams, de oren van het hoofd, maar niets is hem teveel en ook al voldoet de accommodatie niet meer aan de eisen van de tijd, wij vinden het meer dan plezant.

We slenteren heerlijk door het prachtige centrum. Het is echt ongelofelijk druk en daar verandert de drie dagen dat wij er zijn, niets aan. Het is duidelijk dat het goed gaat met de economie. We doen een paar vaste winkeladresjes en drinken een biertje bij het “Elfde Gebod”, het cafe dat ook ieder bezoek op ons lijstje staat. We staan vaak in de rij, maar zijn zo slim geweest om ook enkele hippe horecagelegenheden vooraf te reserveren. We eten Fish & Chips bij Bio Mara, bedacht en ten uitvoer gebracht door twee Ierse broers, die een soort alternatieve, duurzame fish & chips winkel zijn begonnen in hartje stad. We dwalen over de kerstmarkt en drinken warme chocolademelk.

Vroeg in de ochtend lopen we naar het Museum aan de Stroom, waar we eerst met de roltrappen helemaal naar boven gaan om te genieten van het uitzicht over de stad. Altijd weer fantastisch om die mooie stad van bovenaf aan de Schelde te zien liggen.
Dan bezoeken we een aantal leuke tentoonstellingen. “Cool Japan” over de Japanse beeldcultuur van Hello Kitty  en de samoerai,  een tentoonstelling over feesten en rituelen, over leven en dood en een over hoe je een stad van eten voorziet. We zijn wel een ochtendje zoet en vervelen ons geen moment. Museum aan de Stroom is gewoon een heerlijke plek om te zijn en je te laten verrassen.
Voor de lunch hebben we een tafel gereserveerd bij het tegenover het museum liggende  “Roest”.  Hippe plek, lekkere lunch.  We wandelen over het Begijnhof, een oase in de drukte, er speelt en zingt iemand liedjes in het kerkje.

We dwalen door de stad, gaan naar de andere kant van de Schelde door de tunnel en bewonderen de prachtige vintageroltrappen. Kom daar nog maar eens om tegenwoordig.
Door de tunnel weer terug. ’s Avonds doen we alweer een hippe eettent aan.  Bij Otomat serveren ze pizza met bijzondere toppings en het is de bedoeling dat je die met je tafelgenoten deelt. Mes en vork is niet nodig, de pizza arriveert gesneden. Ze verzinnen wat tegenwoordig. Mij kan het, als het om eten gaat, niet gek genoeg zijn.
Na nog een laatste rondje stad, reizen we de volgende middag per trein terug naar huis.
Antwerpen blijft voor ons iets magisch houden.

 

 

 

Noorwegen (3)

P1040155De dagen aan de Lustrefjord doen we kalm aan. We wandelen wat in de buurt, picknicken middenin de natuur en rijden terug naar de andere kant van de fjord om de staafkerk van Urnes te bezoeken. Deze kerk staat op de Unesco werelderfgoedlijst als de oudste staafkerk van Noorwegen. De huidige kerk is niet de eerste op deze locatie; opgravingen in 1956-1957 door de archeoloog en architect Håkon Christie hebben aangetoond dat er hier in ieder geval één, zo niet twee, oudere kerken hebben gestaan. Het houtsnijwerk aan de noordgevel is waarschijnlijk afkomstig van een van deze eerdere kerken, omdat overeenkomstig snijwerk nergens anders wordt aangetroffen. In de kerk vertelt een zeer bevlogen gids allerhande wetenswaardigheden over deze spirituele plek. Een bezoek is zeer de moeite waard, al was het maar om die heerlijke geur van het hout en van wat men er op smeert ter bescherming. Geen idee trouwens wat ze daar voor gebruiken.
We steken de fjord over met een kleine ferry en rijden terug naar het huisje. Op maandag maken we een tochtje over de tolweg Tindevegen van Turtagro naar Øvre Ardal, door een soort maanlandschap. Het weer is inmiddels wat afgezakt. Het is een stuk kouder en soms regent het. In Øvre Ardal besluiten we naar een waterval te lopen, de Vettisfossen, maar dat is ook weer zo’n abnormaal lange wandeling, dat we halverwege terugkeren. We rijden nogmaals over de Tindevegen, waar inmiddels de wolken bezit genomen hebben van het landschap en waar we geen hand voor ogen zien, wat ook wel weer een bijzondere ervaring is.

Onze laatste bestemming deze vakantie is Rjukan. Als we de Lustrefjord achter ons laten regent het pijpenstelen en dat blijft ook nog een tijdje zo. We besluiten geen concessies te doen aan ons oorspronkelijke plan en de route te rijden zoals bedacht. We steken de Sognefjord over bij Manheller. In Laerdalsoyri bekijken we de oude huizen en gaan verder naar de Auerlandsvegen. Er is ook een tunnel van 24 kilometer  (de langste ter wereld), maar die nemen we niet. De Auerlandsvegen is 50 kilometer en eindigt in Aurdal aan die prachtige Auerdalsfjord.Het is jammer dat het bewolkt is. Verder gaat de reis naar de Hardangervidda, de grootste hoogvlakte van West-Europa. Het is inmiddels weer droog geworden en de zon schijnt. In het meest primitieve hutje van deze vakantie eindigt de roadtrip van vandaag. Dit keer geen stromend water, een vreemd samenraapsel van keukengerei en een lamlendig kookplaatje. We zijn er tevreden mee.
In Rjukan zijn we twee nachten. We nemen de kabelbaan, Krossobanen, en maken een mooie wandeling over de Hardangervidda. De Krossobanen, de eerste kabelbaan in Noord-Europa is gebouwd in 1928 als cadeau van het bedrijf Norsk Hydro voor de inwoners van Rjukan. In de wintermaanden van oktober tot maart, kon men dan gemakkelijk naar boven om de zon te zien. We hebben voortdurend uitzicht op de Gaustatoppen, maar beklimmen deze beroemde berg niet. We gaan niet terug met de kabelbaan, maar lopen de 21 haarspeldbochten. Nog een ijsje eten, alle kronen opmaken en dan maken we ons langzamerhand op voor de terugreis.
De afstand Rjukan – Kristiansand is zo’n 300 kilometer. We rijden probleemloos naar de haven. De verlatenheid van het landschap is vandaag weer bijzonder. 300 kilometer rijden en dan vrijwel geen enkele auto tegenkomen, dat went nooit.
De overtocht verloopt prima en we staan al snel weer voor de deur van het appartementje in Denemarken waar we ruim twee weken geleden ook al waren. De volgende dag rijden we naar huis. Noorwegen is wonderschoon, we blijven nu zeker geen 23 jaar weg.