De Loop Langs de Hunebedden (15)

Valthe – Emmen

“Retteketet naar hunebed!
Wat een heerlijke voorjaarsdag. Ik zie een beetje op tegen de etappe van vandaag. Ik heb op de kaart gezien dat we door de bebouwde kom van Emmen lopen en daar vind ik het vandaag nu juist geen weer voor.  Maar goed als je alle hunebedden wilt zien dan moet je er iets voor over hebben.
Valthe laten we achter ons en we hebben al snel onze eerste twee hunebedden te pakken. Twee mooie exemplaren, prachtig gelegen. Iets verderop, na het onderduikershol, doemt de D35 op aan de rand van een heideveld.
Er volgt een lang stuk door het Valtherbos. Ik vraag het maar even aan een man met hond. “Ligt hier een hunebed?” Hij zegt van wel. In het boekje staan wonderlijke aanwijzingen: “ga op de 5-sprong, het tweede pad rechts”, maar dat is gewoon rechtdoor. Net als ik denk dat we verkeerd zijn gelopen, blijkt het toch te kloppen.  Een prachtig drietal ligt hier op een heideveld .  Je kunt er heerlijk tegenaan leunen. We draaien onze bleke neuzen naar de voorjaarszon.
Er komt een scooter aanrijden. Hij wordt geparkeerd naast het hunebed, waar we zicht op hebben. Een jongen en een meisje klimmen erop en roken een sigaretje. Twee wandelende dames naderen van de andere kant. Ik zie ze denken: “potverdorrie, alle hunebedden bezet.” Maar niet getreurd, er staat nog een derde.

Het Valtherbos gaat geruisloos over in de Emmerdennen. In de wijk Angelslo liggen de D46 en D47 zomaar middenin een woonwijk. Regelmatig zijn ze slachtoffer van vandalisme. Er waren plannen om er zand overheen te doen, maar gelukkig staan ze nog uitgebreid te pronken. Vervreemdend, maar zo Drents.  Ook dit is Drenthe!
Vlak voor het eindpunt van vandaag, het station van Emmen, ligt in het bos een erg mooi exemplaar. We houden even halt, voordat we bij Café Groothuis aan de borrel gaan. En dan ………..  is Gerda haar telefoon kwijt.

De rustige nazit schiet er een beetje bij in. Wat nu? Ik loop terug naar het hunebed en kijk onderweg of ik het toestel zie. Niks van dat alles. We zoeken gezamenlijk nog bij het hunebed, maar vinden niks. Gerda schrijft haar toestel af en we keren allen huiswaarts.
Nog die middag is er een mailtje van Gerda. Ze heeft haar telefoon terug.
Iemand had hem gevonden en een willekeurig telefoonnummer in haar telefoon gebeld. Het bleek een vriendin te zijn die op dat moment op een terras in Emmen zat.  De man heeft de telefoon bij de vriendin gebracht en vervolgens bracht de vriendin hem naar Gerda. De wonderen zijn de wereld nog niet uit en Emmen kan wat ons betreft niet meer stuk.

Loop Langs De Hunebedden (14)

Ees – Valthe

Mijn gezelschap is aardig uitgedund. Vandaag slechts 3 wandelaars in totaal. Lekker overzichtelijk, dat wel. Vandaag lopen we van Ees (Het Land van Bartje) naar Valthe. Uitdaging 1, is de uitgang vinden van het vakantiepark. Er staat een hek omheen en het lijkt of het niet de bedoeling is dat je zo’n park tijdens je vakantie verlaat. Maar ik heb goed opgelet vorige keer, dus zonder al te veel zoekwerk, vinden we de uitgang en pakken we de route op, waar we hem vorige keer verlaten hebben.
Hunebed D30 is het eerste dat we vandaag tegenkomen in de staatsbossen van Exloo.
Bij Bussemaker is het goed toeven en we zijn ook wel aan koffie toe. Twee bakkies gaan er met gemak in. De zon schijnt heerlijk in de serre. Zo de wandeling hier eindigen, dan was het ook niet erg. Maar we gaan door.
Van Exloo lopen we een prachtig stuk naar Odoorn, langs het Molenveld en over het Odoornerzand. Vlak voor Odoorn ligt dan ook weer een hunebed. En voordat we Valthe bereiken stuiten we op een enigszins onopvallend exemplaar.
Koffie met gebak is er dan nog op de weg van Valthe naar Odoorn. Janny trakteert vanwege haar verjaardag.  Verrekte gezond dat wandelen.

De Loop Langs de Hunebedden (13)

Een wandeling maken en dan elf hunebedden tegenkomen, dat kan op de Hondsrug van Drenthe. Daar liggen de meeste exemplaren. ’s Middags kunnen wij ons de eerste exemplaren van die ochtend al niet eens meer herinneren. We zijn vertrokken vanaf het Nije Hemelriek in Gasselte. We lopen in lange rechte lijnen door het landschap, vooral door het bos. Nadeel is, dat alle paden zo op elkaar lijken in de boswachterij Gieten-Borger. Maar we mopperen niet, want het is heerlijk weer; het voelt een beetje als lente.

Heel veel hunebedden, maar weinig horeca komen we tegen vandaag. Bij het hunebedcentrum, waar scenes uit de tachtigjarige oorlog worden nagespeeld (sommige mensen hebben dat als hobby) is er dan eindelijk koffie. En natuurlijk ligt ook daar een hunebed. Dit is misschien wel het meest beklommen hunebed van Drenthe. Een gids wijst me op het respect dat betracht zou moeten worden jegens de doden. Hoewel ik niet aan het klimmen ben, vind ik het eigenlijk niet heel raar dat een hunebed uitnodigt om op te klimmen. Hij vraagt mij hoe ik het zou vinden als er mensen op mijn graf zouden spelen. Ik zeg dat ik daar niet heel veel moeite mee heb. Kijkt er tenminste nog iemand naar me om. De discussie wordt subiet afgekapt en we vertrekken richting Ees. Ook daar lopen we weer lange rechte stukken door productiebos. We eindigen in de gletscherkuil van Ees. Het is opletten geblazen, want de auto’s staan bij Landal Green Park, Het Land van Bartje, en daar moeten we de route voor verlaten.
Een cultuurschok is het. Massa’s voorgestructureerde huisjes, niets aan de fantasie overlatend, met een groot hek eromheen. Het valt nog niet eens mee de achteringang te vinden en dan vervolgens richting hoofduitgang te bewegen. Het is een dorp op zich. We bereiken de ingang en nemen tussen de recreërende massa een afsluitend drankje, met uitzicht op de speelhal, het speeldorp en het subtropisch zwemparadijs. Ook dit is Drenthe!

Loop langs de hunebedden (12)

Onze tocht begint vandaag in Annen. We hebben een klein stukje gesmokkeld en de auto’s neergezet aan de buitenrand van het dorp. Als we de provinciale weg zijn overgestoken schampen wij het Kniphorstbosch op weg naar Anloo. De paden zijn bedekt met vastgevroren sneeuw, het is oppassen geblazen. Voor je het weet ga je onderuit. Bij Café Popken is het altijd goed toeven. Je stapt jaren terug in de tijd en het ruikt er altijd naar soep.

Meer en meer komen we in het gebied waar de hunebedden in groten getale aanwezig zijn. Op landgoed Terborgh ligt de eerste van vandaag, middenin het bos. In hetzelfde bos ligt ook het pinetum, een verzameling bijzondere naaldbomen. Dat blijft toch een prachtig stukje gecultiveerde natuur!
Aan de rand van Eext ligt de D12, een klein onopvallend hunebed, dat een beetje een ingestorte indruk maakt. Nee, dan de D13, dat is pas een bijzonder exemplaar. In eerste instantie zie je niet dat we hier te maken hebben met een hunebed. Wat we zien is een heuvel. Als je er bovenop klimt, zie je het pas. Je staat bovenop een ingepakt hunebed! Dit hunebed is bekend onder de naam: Eexter grafkelder.  Bij Eexterhalte ligt de D14,  prachtig langgerekt te liggen; het is een plaatje en het laatste hunebed van vandaag. Dwars door de staatsbossen zetten wij koers naar het Hemelriek. Daar is bier, chocolademelk en koffie.

Het was vorig jaar …. Loop langs de hunebedden (11)

De tijd vliegt. Het is al weer even geleden dat we een etappe liepen van de Loop langs de hunebedden. Het was rond 5 december en we gingen van Westlaren naar Annen. Vanaf de carpoolplaats loop je zo Zuidlaren binnen, maar dat doen we niet. Vlak voor het dorp slaan we linksaf en lopen al snel door een prachtig stuk landschappelijk schoon; het Westerveld, De Vijftig Bunder en het Noordlaarderbos.
Op de Noordlaarderesch vinden wij  het eerste hunebed van vandaag. Een rondje door het pittoreske Midlaren is nooit een straf, koffie is er helaas niet, tenminste niet voor zes wandelaars. voor de voorhoede bestaande uit twee dames willen de heren van het dorpshuis nog wel een kop koffie zetten, maar voor zes mensen! Het blijven mannen uiteindelijk.

Even verderop bij Midlaren liggen twee Groninger hunebedden tussen de huizen in. Beeldschoon is dit duo, omringd door eeuwenoude bomen. Het keuterijtje waar zij bijna tegenaan liggen, werd onlangs gerestaureerd. Hoewel dat met grote zorgvuldigheid is gedaan, mis ik dat oude bouwvalletje toch een beetje.

In Zuidlaren is er koffie met gebak bij de bakker. Via Schipborg gaan we richting Kniphorsterbos, alwaar ons twee hunebedden wachten en als klap op de vuurpijl blijkt er op een totaal onverwachte plek in Annen ook nog een te zijn. Daar moeten wij ons mee troosten, want een afzakkertje is vandaag niet beschikbaar in Annen.

Loop langs de hunebedden (10)

We beleven een geweldige gouden herfst dit jaar. Door het ontbreken van storm en regen zijn de kleuren uitbundig, warm  en intens. Ook vandaag is zo’n adembenemende herfstdag. Het wil gek gaan, wil zo’n dag geen succes worden. Onze tocht gaat van Rolde naar Westlaren. Achter de kerk van Rolde liggen de eerste twee hunebedden van de vier die wij vandaag zullen tegenkomen.  De D17 en D18 zijn twee forse, langgerekte hunebedden; een tweeling.

Via een stukje van de oude spoorlijn Assen-Stadskanaal,  lopen we naar het Balloërveld. In het fluweelzachte ligt krijgt het een magische uitstraling. We worden verrast door het overvliegen van een drietal kraanvogels. Zij scheren langs een strakblauwe hemel.

We lopen door het beekdal van het Gasterse Diep naar Gasteren.  De horeca is er, wegens vakantie, gesloten. Even verderop kun je bij  woonwinkel Jobbing, waar een riksja voor de deur staat, ook een kop koffie of thee krijgen. Met cake ………. eigen gebakken cake, in twee smaken. Wij nemen gewoon van beide smaken een plak. Op de deel van de boerderij kijk je je ogen uit; leuke spulletjes, antiek en steigerhouten meubels. Het is dat we in de rugzak weinig mee kunnen nemen anders was  het waarschijnlijk niet bij koffie drinken gebleven.
Van Gasteren naar de carpoolplaats bij Westlaren is het nog 13 kilometer lopen. Bij de Gasterse Duinen ligt hunebed D10.  Als we de zandverstuiving gepasseerd zijn, lopen we door het stroomdal van de Drentse Aa naar Zeegse, waar we een klein lusje maken om hunebed D6 te kunnen aanschouwen. Het is een vierkant, streng ogend hunebed. Dit hunebed is compleet, alle stenen liggen nog precies op hun plaats.
Het laatste stuk van de route voert ons over zandpaden door het beeldschone stroomdal richting de drukte van de provinciale weg N34. De zon gaat onder na een dag om in te lijsten.

Het Nijsinghhuis en de Buitenplaats, bedacht en uitgevoerd

vintage_theepot_klevering_geel
“Ik heb dit bedacht, maar ik heb hier niks meer te vertellen” moppert meneer van Groeningen. De man op leeftijd leest zijn krant in het museumrestaurant van Museum De Buitenplaats in Eelde. Het mopperen betreft de verzameling theepotten, waar gasten hun thee in geserveerd krijgen, als zij thee bestellen. “Geen gezicht”, aldus van Groeningen. De uitbundige potjes, met tierlantijnen, prijken op een plank boven de design koffiemachine. Eigenlijk is het wel bijzonder dat in een organisch gebouw van architecten Alberts & Van Huut, waaraan geen enkele rechte hoek valt te bespeuren, deze verzameling kringlooptheepotten zo uit de toon valt.
Van Groeningen moppert verder: “hoe vaak heb ik al niet gezegd, dat ik geen suiker en melk in mijn koffie blief en dat het er dus ook niet bij hoeft”. “Jaja”, sust de dame die het restaurant lijkt te bestieren. De hipster met baard en vrolijke lach, die hem zojuist zijn koffie heeft gebracht, wordt er niet warm of koud van. Hij doet zijn werk met plezier. Hij maakt een praatje en een foto op verzoek en past desgewenst even op de baby. Hij demonstreert dat werken in de horeca niet ophoudt met het op tafel zetten van foute theepotten en stukken appeltaart.

Het voormalige zeventiende-eeuwse schultehuis en rijskmonument, Het Nijsinghhuis, werd door Jos en Janneke van Groeningen, twintig jaar geleden gekocht en fraai gerestaureerd. Op het braakliggend terrein ernaast werd Museum De Buitenplaats gerealiseerd, dat zich vooral richt op figuratieve kunst. Janneke van Groeningen overleed in 2007.  Jos van Groeningen woont nog altijd in het Nijsinghhuis.
Eerder vandaag werden wij door een gids rondgeleid in het huis. Hoewel ik er al een aantal keer eerder was, blijft het een bijzondere plek. Vrijwilligers lijken allemaal hun eigen draai aan de rondleiding te geven, want ik hoor steeds weer iets nieuws.
Jos van Groeningen steekt zijn hoofd om de deur: “de dames van de kassa hebben hun werk niet goed gedaan, ik weet niets van een rondleiding”. Toch laat hij zijn slaapkamerdeur openstaan. Normaal gesproken kan deze ruimte niet bezichtigd worden. Maar ja, als de deur openstaat. Olga Wiese heeft op de muren en op de vloer sprookjesachtige schilderingen aangebracht in lichte kleuren.
Van een groot aantal vertrekken in het Nijsinghhuis werden muren en deuren beschilderd door figuratieve schilders als Matthijs Röling, Pieter Pander, Wout Muller, Olga Wiese en Clary Mastenbroek. Het zijn stuk voor stuk grootse muurschilderingen, kleurrijk en intrigerend. Er is een erotisch kabinet, een sterrenhemel in de gang en er zijn olifanten in de garage. In de werkkamer van Janneke van Groeningen zijn een bonte verzameling schelpen en snuisterijen te vinden, zowel geschilderd als echt. Haar computer, haar sieraden, een geboortekaartje van haar enig kind, dat overleed aan wiegendood, zijn er ook nog. Het voelt alsof Janneke ieder moment kan binnenkomen.

Voor iedereen die houdt van figuratieve kunst: “Gaat dat zien en verwondert u”. Mij lukt dat steeds opnieuw. Voor informatie over het Nijsinghhuis, klik hier.

Loop langs de hunebedden van Assen-Noord naar Rolde (9)

Na auto’s te hebben achtergelaten bij het eindpunt van vandaag, de kerk van Rolde, en koffie bij  Hotel Erkelens rijden we naar de carpoolplaats bij Assen- Noord en zetten de pas erin.

Een bedrijventerrein is nooit het meest interessante wandelgebied, maar we laten het vrij snel achter ons. Nooit geweten dat Assen-Noord ook zoveel groen heeft. We lopen al snel langs het Noord-Willemskanaal, waar randen rond weilanden ingezaaid zijn met bloemen.
In noordelijke richting gaat onze tocht over eindeloze zandwegen, naar het hunebed van Loon. Een prachtexemplaar. Het ene hunebed is echt het andere niet, dat durven we nu al te beweren. Deze D15 heeft volgens het bordje alles wat een hunebed compleet maakt. Vijf paar draagstenen dragen vijf dekstenen en vormen zo een ruimte. Die wordt aan beide kanten afgesloten door een sluitsteen. Halverwege een lange zijde zit in de ingang: de poort. Twee paar poortzijstenen vormen een korte gang die naar de ingang leidt. Het dak van de poort werd gevormd door twee poortdekstenen waarvan er nog een aanwezig is.
We mijmeren wat over dood en leven, dat gaat zo als je het hunebed als onderwerp van je wandelingen kiest.
Een klein zijuitstapje brengt ons even later bij de Herberg van Loon, waar het goed toeven is op het terras. De nazomer weet van geen wijken.
We knopen twee etappes op een creatieve manier aan elkaar en slaan Assen vandaag over. Vandaag kiezen we ervoor om in het groene buitengebied te blijven.
Voordat we over Kampsheide gaan, ligt er ook nog een mooi hunebed. Deze omgeving is een snoepwinkel voor archeologen. Grafheuvels, hunebedden en overblijfselen van celtic fields, de prehistorische akkers, volgen elkaar in hoog tempo op.
Voor we er erg in hebben lopen we Rolde in, waar we eerder vandaag een paar auto’s achterlieten.

We vervolgen onze weg langs de hunebedden (etappe 5 en 6)

Veenhuizen – Norg
Twee zaterdagen achter elkaar lopen we langs de hunebedden. Het is heerlijk weer voor september. Sterker nog de eerste zaterdag is het tropisch warm. Desalniettemin zijn de eerste tekenen van de herfst goed zichtbaar. Op 10 september lopen we van Veenhuizen naar Norg. Dat lijkt een kippeneindje, maar als je de boog maar groot genoeg maakt, wordt het vanzelf een behoorlijke wandeling.
Na de koffie op het terras van Bitter en Zoet, de voormalige apotheek van het gevangenisdorp, zetten we koers richting Een. De oude bomen bieden koelte. Vanaf Een lopen we over zandpaden naar Norg. Het hunebed N1 (Netecht1) van Steenbergen ziet er gelikt uit, maar is een nepperd. Een boer stapelde de stenen die hij vond op zijn land. Even verderop ligt de D1, het meest Noordelijke hunebed van Drenthe. Na een heerlijk stuk bos, arriveren we in Norg, waar we uitdampen en een koud biertje echt geweldig smaakt.

Norg – Assen Noord
Op 17 september is het nog altijd heerlijk weer. De route voert vandaag van Norg naar de carpoolplaats aan de A28 bij Assen-Noord.  Een beeldschone tocht, vrijwel onverhard. Koffie bij Karsten, dat is altijd een goed begin. We maken een ruime bocht om het dorp, passeren het hunebed van Westervelde en zetten dan koers richting Peest. Een actieve kat rent een stuk met ons mee. Hij kent de weg. We zien vandaag veel zandwegen. Aan de rand van  Het Westerveen eten we onze boterhammen. In de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitsers gepoogd om hier een vliegveld aan te leggen. Vanwege de zompige veengrond is het vliegveld echter nooit in gebruik genomen. Tevens werd er een waterbekken gegraven in de vorm van een vliegtuig, dat vanuit de lucht goed te herkennen was. Dit Westerveen heet in de volksmond ook wel de Hitlerring.

Het maïs staat hoog op de essen, appelbomen bij boerderijen dragen enorme hoeveelheden appels. We nemen een appeltje van een uitbundig vruchtdragende appelboom, die vergeten lijkt te worden door zijn eigenaar. Heerlijke appels zijn het, alhoewel iemand opmerkt dat ze wel gestolen zijn. Een beekdal, een heideveld en nog een hunebed vinden wij op ons pad. Bij Zeijen, gaan we door de strubbenbosjes en lopen langs de Zeijerwiek. De buurtschap Rhee, ligt gevaarlijk dicht bij de snelweg, maar blijkt een prachtig plekje. zo doe je als Drenthe-kenner toch ook weer een nieuwe ontdekking.

Brexit

Na een week van oploskoffie, cider, bier zonder schuim, scones met jam en clotted cream, een ruisende rivier als achtergrondmuziek en bezoeken aan de ruige Cornish coast en onheilspellende moors, vertrekken we uit de oase van weelderig, ongetemd groen.Deze zaterdag wordt besteed aan een bezoek aan Dartmoor, een desolaat, kaal, ruig en erg mooi gebied.
Een wandeling naar de dwergeiken van Wistman’s Wood is aanvankelijk een zoektocht, maar we belanden toch nog bij die geweldige, bemoste, grillige eiken, die zich een weg hebben gebaand tussen de rotsen.
We stoppen bij een parkeerplaats met uitzicht op Haytor, een immense, gezichtsbepalende steenformatie, waar bezoekers uitgebreid Dartmoor Pony’s verwennen met chips. Hoe dom kun je zijn! Widecombe in the Moor is een allervriendelijkst dorp, waar ik een paar ansichtkaarten koop van iemand die mij toelacht met de scheefste tanden die ik ooit gezien heb.

Dave, van Bed & Breakfast Wisteria Cottage in de buurt van Bridport (Dorset), ontvangt ons allerhartelijkst. We blijven hier twee nachten. Na een korte wandeling gaan we  naar de pub in Whitchurch Canicorum waar we twee avonden onderdeel uitmaken van het leven in de plattelandspub. Een boerenkroeg waar locals en honden zich mengen met toevallige voorbijgangers en de B&B gasten van Dave. Waar de eigenaresse Pat, eenvoudig maar prima eten op tafel zet en aan je tafeltje de dag met je doorneemt en waar een bezoeker even het fust verwisseld, omdat het meisje achter de toog, niet precies weet hoe dat moet. We raken aan de praat met het Duitse stel dat ook in de B&B verblijft. Gesprekken over dromen, muziek, de wereldproblematiek en  Hamburg. De volgende ochtend maken we aan de ontbijttafel het gesprek af. Het paar heeft in eigen beheer een cd opgenomen met zelfgeschreven liedjes. Arrangementen en uitvoering lieten zij over aan professionele muzikanten. De verkoop van de cd laat te wensen over, dus kopen wij er een.

Vanuit de B&B aan de Jurrassic Coast maken we op zondag onze allerlaatste wandeling. We gaan naar Golden Cap, de hoogste heuvel in dit gebied. We klimmen er bovenop; pffff heavy met het warme weer van vandaag. Het uitzicht is fabuleus. We dalen af naar het strand van Seatown met zijn Inn, waar we heerlijke broodjes kreeft eten en een beetje kletsen met een stel Londonners en dan keren we over eindeloze wandelpaden door de rolling countrysideterug naar de B&B.
In Bridport pinnen we, verkennen we de stad en checken vervolgens weer in bij onze stamkroeg “The Five Bells Inn” voor een maaltijd en een stevige pint brown ale. Nog een nachtje rest ons in de B&B van Dave met zijn award-winning English breakfast. Vrijwel fileloos rijden we in de exact voorgeschreven tijd naar Dover en kunnen daardoor een boot eerder dan geboekt vertrekken; Brexit!

Paradijs op aarde

Als er een paradijs op aarde bestaat dan hebben we dat hier, in de buurt van Bodmin, in Cornwall, gevonden. Een groene oase met daarin een klein, maar heel fijn, vakantiehuisje aan een immer ruisend riviertje, the river Fowey. Voor wie de schilderijen van Waterhouse kent, ik heb het gevoel dat ik een van zijn schilderijen terecht gekomen ben; werkelijk sprookjesachtig! We hebben hectares tot onze beschikking; bos, vijvers, rivier en  grasvelden. In een woord prachtig. Stuur me een mailtje als je het adres wilt hebben.
Jammer dat we hier vooral grijs weer treffen deze week. Drizzle, mizzle en regen die ook gewoon regen mag heten. Zodra we richting de kust rijden, klaart het meestal op en in Cornwall is het nooit koud. Om te wandelen is het eigenlijk perfect weer. Slechts een half uur hebben wij een bui moeten trotseren in regenjas.

De zondag gebruiken we als rustdag. Een verkenningswandeling in onze groene oase en dan richting bijbehorende “rodroom” en “poolroom”, waar we kunnen darten, poolen en snookeren en waar wifi is. Eens was dit een vissersparadijs, waar je kon vissen op forel en zalm, maar de eigenaar is overleden en een  deel van het terrein staat te koop. De eigenaresse vertelt dat ze het huisje wel houdt. Laat het in godsnaam onaangetast blijven.


Deze week maken we verschillende wandelingen langs de kust.  St. Anthony’s Head is de meest zuidwestelijke punt van het schiereiland Roseland. Een afwisselende wandeling voert over de kliffen met uitzicht op  rotsen, zee en op St. Mawes en Falmouth. Het laatste stuk gaat langs graanvelden en vriendelijke bebouwing.
Ook de wandeling de dag erna aan de Atlantische kunst bij St. Agnes is geweldig.

Onderweg naar St. Ives, bezoeken we de indrukwekkende kliffen van Devil’s Mouth. De overvolle parkeerplaatsen bij St. Ives zeggen genoeg. Dit is een populaire bestemming voor dagjesmensen. We parkeren de auto op een rugbyveld, dat als parkeerplaats wordt ingezet bij extreme drukte en eten fish & chips op de boulevard, die overspoeld wordt door Engelsen van diverse pluimage. Te dikke mannen met indrukwekkende tatoeages en te dikke vrouwen met kindjes in roze jurkjes, gezinnen met opgepoetste hondjes, keurig oude omaatjes en twee Nederlandse toeristen die dit puur amusement vinden. Op de terugweg rijden we van St. Ives naar St. Just, een fantastisch traject, waar we een andere keer wat meer tijd voor uit moeten trekken.


Dicht bij het vakantiehuisje ligt Bodmin Moor, met de auto maken we een tocht door het zompige heidegebied. We bezoeken de kerk van St. Neot, met indrukwekkende glas-in-lood ramen. Even verderop ligt de verzameling stroomversnellingen van de Golitha Falls. We klimmen en klauteren over de rotsen van het ene naar het andere uitzichtspunt. Op de parkeerplaats maken ze in een omgebouwde paardentrailer, de heerlijkste pulled pork en hamburgers. Een betere lunch zullen we deze week niet krijgen.
We rijden verder naar het dorp Minions waar een aantal steencirkels uit de bronstijd te vinden is. The Cheesewring is een gestapelde rotsformatie op een heuvel, die wij uiteraard ook beklimmen. We genieten van een prachtig uitzicht op oude tinmijnen in een desolaat landschap.

Onze laatste dag in Cornwall gebruiken we voor een bezoek aan de Lost Gardens of Heligan.  “Heligan, dat al meer dan 400 jaar in het bezit is van de familie Tremayne, is een van de meest mysterieuze landgoederen in Engeland. Tegen het einde van de negentiende eeuw waren de duizend acres op hun hoogtepunt, maar een tiental jaren later (na de Eerste Wereldoorlog) lag deze ‘Schone Slaapster’ toegedekt met een groene sluier van doornstruiken en klimop. Decennia van verwaarlozing en de vernietigende orkaan van 1990 hadden de Lost Gardens  of Heligan moeten reduceren tot een voetnoot in een geschiedenisboek.

Het lot besliste echter anders en de romantiek van het verval ging met de fantasie van Tim Smit, een in Nederland geboren Engelse zakenman, en John Willis, die de tuinen geërfd had, aan de haal. Hun ontdekking van een kleine kamer, begraven onder een afbrokkelende muur in de hoek van een van de ommuurde tuinen, was de sleutel tot het geheim van de erfenis. In de kalkstenen muren staat nauwelijks leesbaar gegrift “Kom hier niet om te slapen of te sluimeren”. Daaronder de datum samen met de namen van degenen, die hier hebben gewerkt – Augustus 1914.  In hen ontwaakte een geweldig verlangen om deze eens zo glorieuze tuinen in alle opzichten nieuw leven in te blazen en om het verhaal te vertellen, niet over voorname heren en dames, maar over de ‘gewone’ mensen, die deze tuinen groot hebben gemaakt, voordat zij gingen vechten in de Eerste Wereldoorlog.

In eerste instantie hebben we de magie van Heligan nog niet direct te pakken. Dat komt pas later en vooral als je de jungle betreedt. In een woord majestueus. Dat geldt ook voor de moestuin, de kassen en de bloementuin. Je kunt hier gemakkelijk een dag doorbrengen.
Wij maken aan het eind van de middag nog een korte wandeling bij Dodman Point, waar ook een heerlijk strand ligt. En dan wordt het tijd om onze spullen weer in te pakken en afscheid te nemen van de Gamekeepers Cottage.

A good start is half the battle

Een goed begin, dus …… Laurens vergeet zijn paspoort en we moeten terug om het te halen. Net als we denken hoe voorspoedig onze reis verloopt, komen we in een enorme file terecht en missen de boot in Calais. Het mooie van de veerdienst van Calais naar Dover is dat je, zonder veel gedoe, gewoon de volgende boot kunt nemen. We draaien onze horloges een uur terug naar Engelse tijd en zo blijft het tijdverlies beperkt.
Engeland, het magische Engeland. Daar gaat de reis heen dit jaar. Zo langzamerhand beginnen we dit boeiende eiland aardig te kennen en zijn we een beetje Anglofiel geworden. We zullen dat na de Brexit ook vast blijven. De Engelsen zelf zijn een beetje huiverig. “Blijven ze wel komen die Europeanen?” Als echte Hollander is mijn eerste constatering dat het voor toeristen alleen maar goedkoper wordt om naar Engeland te gaan en trouwens deze reis was al betaald voordat de Brexit kwam. Kort en goed, we hebben er zin in.

Met onze neuzen in de zon aanschouwen we de taferelen die zich voor ons afspelen op het zonnedek. Aan boord is een groep jonge transgenders. Jongens die langzaam transformeren in meisjes en meisjes die veranderen in jongens. Hoe het precies zit is nog best lastig. Was dit altijd al een meisje of is dit toch een jongen? Iemand voert patat aan een zeemeeuw. Als de patat op is, gaat hij over tot het voeren van stukjes appel, waarvoor de meeuw hooghartig zijn neus optrekt.

Onze eerste overnachting is in Newenden in Kent. De Witehart Inn is een stokoude, pittoreske Inn. Ondanks tekenen van verval maakt de Inn een verzorgde indruk en is de ontvangst gastvrij. Het voordeel van een Inn is dat je er niet alleen kunt slapen, maar ook eten. Pie, blijkt een goede keus te zijn, zeker in combinatie met de “local ale”. We maken een wandeling in het achterland en rollen dan ons bed in. Het geroezemoes beneden en het lawaai van de doorgaande weg, horen we niet meer.
De volgende dag wacht ons een goddelijk Engels ontbijt. Het is misschien niet meer van deze tijd, maar wij zijn er dol op. Kom maar op met die gebakken eieren en dat spek en doe er ook maar worstjes en zo’n warme tomaat bij.

Omdat het nog te vroeg is voor een bezoek aan de tuinen van Sissinghurst, rijden we eerst naar het schilderachtige dorp, Rye. Rye werd als vestingstadje op een heuvel gebouwd als verdediging tegen de Fransen. Het lag aan zee maar intussen zijn de haven en de baai verzand en ligt het stadje een drietal kilometer van de zee vandaan. Mooie smalle straatjes, die op dit uur van de dag nog niet vergeven zijn van toeristen.

Door de tuin van Engeland, Kent, rijden we naar Sissinghurst. In 1930 trof het echtpaar Harold Nicolson (politicus-schrijver) en Vita Sackville-West (schrijfster) daar een totaal vervallen tuin aan. De tuinen werden opnieuw aangelegd door het echtpaar. Het achterliggend concept van de tuin komt neer op the strictest formality of design gekoppeld aan  the maximum informality in planting. Of zoals Sackville-West zelf zegt: Profusion, even extravagance and exuberance, within the confines of the utmost linear severity. Ik zou het omschrijven als “bandeloosheid binnen de perken”.  Ach ja, wat moet je nog meer zeggen over een Engelse tuin. Jaloersmakende hoekjes en perkjes, plantjes en een moestuin om te zoenen. Een heleboel inspiratie.

De rest van de dag hebben we nodig om in Fitzhead te komen, in de buurt van Taunton. Wat een drukte. We doen er echt drie keer zo lang over dan gepland. Stonehenge zien wij langzaam aan ons voorbij trekken en na een overkill aan verstopte tweebaanswegen bereiken we dan eindelijk de Fitzhead Inn in Somerset, waar de local ale en de cider gelukkig koud staan. Een prima diner wacht ons hier, met als hoogtepunt de warme broodpudding. De zoetigheden van de Engelsen zijn niet te evenaren. We rijden op zaterdag naar de kust van Noord-Devon (Exmoor National Park) om daar een wandeling te maken. De lucht is blauw, het is prachtig weer. We lopen over de steile kliffen bij Lynmouth, naar de Valley of Rocks en dan over de kam van de heuvels terug naar Lynmouth.
Later op de dag doen we boodschappen in Barnstaple om uiteindelijk aan te komen bij onze cottage in Cornwall. Hier zullen we een week blijven.

De Loop Langs De Hunebedden, etappe 3 en 4

Diever – Appelscha

Tijd vliegt.We zijn nu twee etappes verder, maar door vakantie in het buitenland had ik niet eerder tijd om te schrijven. Wellicht is het alleen mijn tijd die vliegt, want hunebedden liggen al zo’n 5000 jaar te liggen en hebben tijd zat. Ach was ik maar een hunebed!

Eind juli en deze week liepen we twee zomerse etappes van de Loop Langs De Hunebedden. De etappe van Diever naar Appelscha en van Appelscha naar Veenhuizen.In Diever is het op deze vroege zondagochtend al een gezellige drukte. Het eerste hunebed dat wij passeren ligt aan de rand van het dorp. Het is de D52. Professor Van Giffen, de man die veel archeologische onderzoek deed, heeft alle hunebedden in kaart gebracht en een nummer gegeven. Vierhonderd meter verderop ligt een steenkist, een klein hunebed zonder dekstenen.
Het is een prachtig warme zomerdag en het bos biedt verkoeling en veel muggen. Het fonkelnieuwe boekje loodst ons door het landschap. Maar op een zeker moment gaat het mis. De aanwijzingen kloppen niet. Waar we links moeten, zoals later blijkt, gaan we rechts. Gelukkig zijn Nederlandse bossen nooit helemaal verlaten. Een mountainbiker wijst ons de weg naar het sluisje en dat is maar goed ook, want het zou anders een flinke dwaalpartij zijn geworden.
Na deze puzzel te hebben opgelost (er mist een stukje in de routebeschrijving) lopen we het resterende deel van de etappe zonder problemen. We gaan over het Aekingerzand en voor we er erg in hebben staan we in het centrum van Appelscha, waar het nu wemelt van de toeristen. De nazit houden we, waar we eerder begonnen vandaag, op het terras in Diever.


Appelscha – Veenhuizen

Deze dinsdag is het niet het boekje dat ons op een dwaalspoor brengt, maar mijn logica. Mijn idee is dat een routebeschrijving van een langeafstandswandeling je nooit terug zal sturen naar waar je vandaan komt, dus loods ik mijn gezelschap linksaf, terwijl we rechtsaf moeten in de richting waar we vorige keer vandaan kwamen. Een Drents kwartiertje en een kilometertje extra, tellen we bij deze etappe. Als we onze draai gevonden hebben, lopen we gemakkelijk, zonder veel moeilijkheden naar de uitkijktoren van het Fochteloërveen. Boven houden we onze lunchpauze en komen wij de ins en outs te weten van het hedendaags vogelen. Een man heeft zich met verschillende kijkers geïnstalleerd voor de grote ramen van de uitkijktoren. Hij vertelt over zogenaamde vogelliefhebbers die voor het afvinken van hun vogellijstje en “het erbij zijn” juist de vogels verjagen en meer kwaad doen dan goed.  Deze vogelaar zal het zeker niet melden als hij iets bijzonders op zijn pad vindt. Kortom, het is ook altijd hetzelfde liedje: menselijk gedrag ontaardt snel in borstklopperij en grenzeloosheid.

Na onze stop, op grote hoogte, gaan we het veen in. Het is prachtig. De heide bloeit, de lucht is blauw en de wolken steken strak af tegen de hemel. We struinen door het veld, over smalle drassige paden. We denken dat we verkeerd zijn, maar de route klopt. Aan het eind van een overwoekerd pad, staan we bij een grenspaal en stappen we van Fries grondgebied over op Drentse bodem.
Even verderop gaan we het bos weer in. Het is het voormalig Kolonieveld van Veenhuizen. Rond 1830 was alle grond tot landbouwgrond ontgonnen en halverwege de 19e eeuw lag het land braak omdat er te weinig mankracht was om het te bewerken. De Staat der Nederlanden beboste de slechtste landbouwgrond. Over Veenhuizen schreef ik regelmatig blogs. Ik kom er vaak, vanwege mijn werk in het gevangenisdorp. Een dorp met een boeiende geschiedenis, cultureel erfgoed. Meer informatie over Veenhuizen is te vinden op http://www.veenhuizenboeit.nl
Nu ik er over nadenk: een hunebed hebben we niet gezien vandaag.

 

 

Loop langs de hunebedden (2) Havelte – Diever

Van Havelte naar Diever is een klein stukkie, maar wel een mooi klein stukkie. 14,5 kilometer door bos en landelijk gebied. We lopen, net als vorige keer, langs het hunebed op de Havelterberg, iets verder ligt nog een hunebed. Het is een hele klus om hier hunebedden te fotograferen zonder spelende kinderen. Dat is niet gelukt.Verder moeten we het vandaag zonder hunebedden doen. Het weer is wisselvallig, zoals de laatste weken vaker het geval is . Het ene moment lopen we in de stralende zon, om vervolgens in een flinke onweersbui terecht te komen.  Even verderop vinden we dan ook nog eens hagelstenen op het pad.
We lopen Diever binnen vanaf een hele andere kant dan we gewend zijn van andere  wandelingen. Op het terras van Brinkzicht is het goed toeven ware het niet dat het gaat regenen. We verhuizen met het gezelschap naar binnen en daar vinden we interessante lectuur op tafel die zorgt voor behoorlijk wat gespreksstof.

20160703_145035